Editie juni 2017

---

Meer mogelijk met spaarhypotheek

Sinds 1 januari 2013 moet de eigenwoningschuld minimaal annuïtair en maximaal in 30 jaar worden afgelost. Dit geldt niet indien en voor zover men de lening is aangegaan voor 1 januari 2013. Veel mensen die de lening voor deze datum zijn aangegaan hebben een aflossingsvrije lening gecombineerd met een speciaal spaarproduct (de zogenaamde spaarhypotheek).

De combinatie van spaarproduct en eigenwoninglening was zeer populair omdat men tijdens de looptijd van de lening niet of minder op de eigenwoninglening hoefde af te lossen (optimaliseren hypotheekrenteaftrek). De bedragen die anders voor de aflossing werden gebruikt konden in het spaarproduct worden ondergebracht. Als daarbij aan een aantal volwaarden wordt voldaan, wordt het rendement niet in de heffing betrokken. Dus wel aftrek van de betaalde rente maar geen heffing over de ontvangen rente.

Om onbelast te kunnen sparen worden er eisen gesteld aan de looptijd (minimaal 15 dan wel 20 jaar), de verhouding tussen de ingelegde bedragen per jaar (1:10) en het doel van het bijeen gespaarde bedrag (aflossen van de eigenwoningschuld). Verder is een maximum gesteld aan het belastingvrij op te bouwen bedrag.

In bepaalde gevallen hoeft u niet aan de minimale looptijd te voldoen. Tot 1 januari jl. was dat het geval indien:

• Er geen sprake meer was van een eigen woning (verhuizing naar een huurwoning);

• Het product tot uitkering kwam als gevolg van een overlijden;

• Uw fiscaal partnerschap werd beëindigd;

• U gebruik maakte van de schuldhulpverlening;

• De verkoopprijs van de vorige woning onvoldoende was om de desbetreffende eigenwoningschuld volledig af te lossen (restschuld).

Lees verder...

---

Leuker kunnen we het niet maken, maar wel makkelijker – of dat ook niet?

Met de formatie van het kabinet in volle gang is het weer interessant om te zien welke kant het fiscale beleid uit zal gaan. De fiscaliteit is de afgelopen jaren in toenemende mate gebruikt als een instrument om politieke visies en beleid tot uiting te brengen. Dit is in het licht van de strijd om de stemmen begrijpelijk, maar het resultaat van de grote hoeveelheid – niet zelden tegenstrijdige - regelingen is ook onbegrijpelijke regelgeving en toenemende problemen bij de uitvoering van de belastingheffing.  

Bekende voorbeelden van steeds ingewikkeldere fiscale regelgeving zijn de autobelastingen en de belastingheffing van de eigen woning. Met de recente aanpassingen in de wetgeving die voortvloeien uit Autobrief II, lijkt het laatste kabinet overigens wel een poging te doen om die complexiteit uit de wetgeving te halen. Bij de eigen woning is het zover nog niet. De fiscale regelgeving omtrent de eigen woning is nog steeds zeer onoverzichtelijk en complex, met als gevolg een aantal ongewenste of onredelijke gevolgen voor belastingplichtigen alsook een zeer reëel gevaar op fouten in de aangifte inkomstenbelasting.

Lees verder...

---

Belastingdienst maakte ruim 500 afspraken met bedrijven

De Nederlandse Belastingdienst heeft in 2016 539 belastingafspraken gemaakt met bedrijven en organisaties. Dat blijkt uit een brief die staatssecretaris Wiebes onlangs naar de Tweede Kamer stuurde. In het jaar daarvoor werden nog 642 afspraken gemaakt.

Lees verder...

---

Ondernemers krijgen mogelijk btw terug voor privégebruik auto

Duizenden ondernemers krijgen mogelijk btw terug wegens privégebruik van hun bedrijfsauto. De Belastingdienst moet twee miljoen bezwaren van ondernemers opnieuw bekijken, nu de Hoge Raad in twee van vier proefprocessen in cassatie heeft geoordeeld dat de fiscus mogelijk te veel btw heeft opgelegd.

Lees verder...

---