Transavia veroordeeld tot betalen 1600 euro schadevergoeding aan passagier

Het standby houden van een crew bij het ‘uit de uren lopen’ hoort bij organisatie vliegmaatschappij

Opnieuw een luchtvaartzaak in het NJD, mr. S.M. Depmann namens Das Rechtsbijstand tegen Transavia, met gemachtigde mr. M. Reevers. Ditmaal de volgende casus. Eiser (1) vordert op grond van de EG Verordening Nr. 261/2004 een vergoeding van € 1.600,- omdat de door vlucht HV644 van Heraklion (Kreta, Griekenland) naar Amsterdam op 22 augustus 2010 langdurig vertraagd is geweest.

Door van buiten komende oorzaak ontstaat vertraging in de vluchtrotatie. Deze verlate aankomst in Heraklion rechtvaardigt voor Transavia het beroep op disculpatiegrond. Daarna wordt de volgende vlucht vertraagd, omdat de bemanning uit de uren zal lopen en de komst van nieuwe bemanning te lang duurt waardoor de vertraging verder oploopt.

De vertraging is zodoende niet alleen gevolg van de eerdere van buiten komende oorzaak, maar ook van personeelsplanning van Transavia en het niet voor handen hebben van een bemanning.

Geen toewijzing extra kosten vertraging, de Transavia-lunch en een diner en twee drankjes was redelijk

Hoe oordeelt de rechter? Vanaf r.o. 3.1:

De kantonrechter gaat uit van de volgende feiten:

     [eiser 1] heeft een vlucht geboekt voor 22 augustus 2010 van Heraklion naar Amsterdam met vluchtnummer HV644 en met Transavia als luchtvaartmaatschappij;

     Deze vlucht is met grote vertraging in Amsterdam aangekomen;

     Tijdens de wachttijd in Heraklion heeft Transavia een lunch en een maaltijd aangeboden alsmede twee drankjes;

     De vlucht HV644 behoort tot de vluchtrotatie Amsterdam – Heraklion – Kos – Amsterdam;

     Door een storing in het communicatiesysteem van de Griekse luchtverkeersleiding kon het vliegtuig dat onderweg was van Amsterdam naar Heraklion aanvankelijk niet landen op Heraklion en is dit uitgeweken naar Chania;

     Het vliegtuig is vervolgens van en naar Kos gevlogen en met ruime vertraging in Heraklion aangekomen;

     De vlucht HV644 kon vervolgens pas worden uitgevoerd nadat een nieuwe bemanning was ingevlogen, omdat de oorspronkelijke bemanning “uit de uren” zou lopen.

3.2

[eiser 1] vordert op grond van de EG Verordening Nr. 261/2004 een vergoeding van € 1.600,– stellende dat de door vlucht HV644 van Heraklion (Kreta, Griekenland) naar Amsterdam op 22 augustus 2010 langdurig vertraagd is geweest. Het Europese Hof van Justitie heeft geoordeeld dat luchtvaartpassagiers recht hebben op compensatie als zij hun eindbestemming drie uur of later na de oorspronkelijk geplande aankomsttijd bereiken, hetgeen thans ook in nationale jurisprudentie gevolgd wordt. Transavia weigert ten onrechte betaling. [eiser 1] vordert voorts betaling van de noodzakelijk gemaakte extra kosten voor maaltijden en verfrissingen met een totaal beloop van € 13,30. Sinds 23 oktober 2012 verkeert Transavia in verzuim, zodat vanaf die datum ook de wettelijke rente verschuldigd is, aldus steeds [eiser 1].

3.3

In de conclusie van antwoord voert Transavia een reeks van verweren, doch bij pleidooi – na kennisname van het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 23 oktober 2012 – beperkt zij haar verweer tot een beroep op de in de Verordening Nr. 261/2004 opgenomen disculpatiegrond.

Transavia is niet verplicht compensatie te betalen als de vertraging het gevolg is van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. Die omstandigheden hebben zich in dit geval voorgedaan. Tijdens de voorgaande vlucht (HV643) ontstond in het communicatiesysteem van de Griekse luchtverkeersleiding een probleem dat tot ernstige verstoring heeft geleid. Toestellen konden niet meer landen op of vertrekken vanaf Heraklion.

Hoewel toestellen die reeds onderweg waren zo goed als mogelijk zijn afgehandeld, bleek de luchthaven Heraklion bij aankomst te zijn volgelopen, zodat het toestel niet kon landen. Vervolgens is uitgeweken naar Chania.

In verband met de voortdurende verstoring is nadien nog van en naar Kos gevlogen, welke bestemming eveneens in de vluchtrotatie was opgenomen. Uiteindelijk is het vliegtuig met een forse vertraging in Heraklion aangekomen. Eenmaal daar bleek dat de bemanning “uit de uren” was gelopen of bij reguliere uitvoering van de vlucht naar Amsterdam “uit de uren” zou lopen.

Om die reden kon met deze bemanning niet verder gevlogen worden en is gewacht op een nieuwe bemanning. Transavia heeft de door [eiser 1] geboekte vlucht uiteindelijk met een nieuwe bemanning uitgevoerd. De vertraging die is ontstaan, is het gevolg van de storing in het communicatiesysteem van de Griekse luchtverkeersleiding. Die storing is aan te merken als buitengewone omstandigheid in de zin van artikel 5 lid 3 van de Verordening 261/2004, zodat Transavia niet gehouden is de in de Verordening bedoelde compensatie te betalen.

Immers, Transavia heeft geen enkele invloed kunnen uitoefenen op het ontstaan van de storing in het communicatiesysteem en ook niet op de duur van de storing. De voorgevallen omstandigheid die tot vertraging heeft geleid valt niet binnen de daadwerkelijke controle van Transavia. Het “uit de uren lopen” van de bemanning is een gevolg van de vertraging. Indien wel compensatie wordt toegekend is er volgens Transavia aanleiding om tot matiging over te gaan.

Toewijzing van de vordering leidt tot disproportionele gevolgen. De gevolgen voor het door [eiser 1] ondervonden ongemak worden gecompenseerd met een vergoeding die de ticketprijs overstijgt, hetgeen tot gevolg heeft dat gratis gereisd is en nog een aanvullende betaling moet volgen.

Om die reden is matiging tot een bedrag van 25% van de ticketprijs aangewezen. Er is geen grond voor toewijzing van de gemaakte extra kosten en de buitengerechtelijke incassokosten die gevorderd worden, aldus steeds Transavia.

De kantonrechter oordeelt als volgt:
3.4

Uit de beantwoording van de prejudiciële vragen (het arrest van het Hof van 23 oktober 2012 in de gevoegde zaken C-581/10 (Nelson – Lufthansa) en C-629/10 (TUI c.s. – Civil Aviation Authority) volgt –kort samengevat– dat het Sturgeon-arrest als geldend recht dient te worden beschouwd, zodat de passagiers ook bij vertraging van een zekere duur recht op compensatie kunnen hebben, tenzij sprake is van buitengewone omstandigheden als bedoeld in paragraaf 14 van de Verordening.
3.5

De vertraging is in dit geval een gegeven, dat maakt dat de vordering van [eiser 1] die ziet op de in de Verordening genoemde compensatiebedragen toewijsbaar is, tenzij de door Transavia naar voren gebrachte omstandigheden gelden als buitengewone omstandigheden als bedoeld in de genoemde Verordening, waarbij het aan Transavia is deze feiten te stellen en bij betwisting te bewijzen.
3.6

In de considerans van de Verordening heeft de gemeenschapswetgever erop gewezen dat dergelijke omstandigheden zich met name kunnen voordoen in geval van politieke onstabiliteit, weersomstandigheden die uitvoering van de vlucht in kwestie verhinderen, beveiligingsproblemen, onverwachte vliegveiligheidsproblemen en stakingen die gevolgen hebben voor de vluchtuitvoering van de luchtvaartmaatschappij die de vlucht uitvoert.
3.7

In jurisprudentie is verder verduidelijkt dat omstandigheden alleen dan als uitzonderlijk in de zin van artikel 5 lid 3 van de Verordening kunnen worden aangemerkt, wanneer zij verband houden met een gebeurtenis die, net als die in punt 14 van de considerans van deze verordening zijn opgesomd, niet inherent is aan de normale uitoefening van de activiteit van de betrokken luchtvaartmaatschappij, en laatstgenoemde hierop geen daadwerkelijk invloed kan uitoefenen wegens de aard of de oorsprong van die gebeurtenis.

3.8 Met Transavia is de kantonrechter van oordeel dat het probleem bij de Griekse luchtverkeersleiding in het communicatiesysteem, waardoor de reguliere vluchtrotatie verstoord is, in beginsel wel gerekend kan worden tot de bijzondere omstandigheden in de zin van artikel 5 lid 3 van de Verordening. Immers, Transavia is niet verantwoordelijk voor de goede werking van dat systeem en kan daarop ook geen invloed uitoefenen. Dit betreft daadwerkelijk een geheel van buiten komende oorzaak.

 

3.9 Veronderstellende dat de luchthaven Heraklion voor Transavia op het moment van aankomst daadwerkelijk gesloten was, hetgeen [eiser 1] betwist, moet de beslissing van gezagvoerder om uit te wijken naar een andere luchthaven en eerst ook passagiers op Kos af te leveren en op te halen, gerespecteerd worden, zodat Transavia zich voor wat betreft de latere aankomst op Heraklion in beginsel met succes op artikel 5 lid 3 van de Verordening kan beroepen.

De gezagvoerder is verantwoordelijk voor de vliegveiligheid en er is geen reden om aan zijn beoordeling te twijfelen. Dit betekent echter nog niet automatisch dat Transavia zich ook voor wat betreft het latere vertrek uit Heraklion en de aankomst in Amsterdam op deze disculpatiegrond uit de Verordening kan beroepen.
3.10

In dezen gaat het namelijk niet alleen om de aanvankelijke vertraging die ontstaan is door de communicatieproblemen bij de Griekse luchtverkeersleiding. De vertraging is mede ontstaan én vele uren groter geworden vanwege het feit dat Transavia nieuwe bemanning moest invliegen, alvorens de vlucht naar Amsterdam uitgevoerd kon worden.

Uit de tijdens het pleidooi op vragen van de kantonrechter gegeven toelichting volgt dat de aankomstvertraging op Heraklion van 5 uur meer dan verdubbeld is vanwege het feit dat aanvankelijk geen bemanning voor handen was waarmee het vliegtuig naar Amsterdam kon vertrekken.

De aankomstvertraging in Amsterdam is daarmee niet het uitsluitende gevolg van het communicatieprobleem bij de Griekse luchtverkeersleiding, maar ook van de wijze waarop Transavia de inzet van haar personeel georganiseerd heeft. Die wijze van inzet valt onder de verantwoordelijkheid van Transavia en van Transavia alleen.

Het feit dat personeel “uit de uren” is gelopen is weliswaar het gevolg van de vertraging, het feit dat geen nieuwe bemanning beschikbaar was en pas uren later beschikbaar kwam doordat deze uit Amsterdam is ingevlogen, is het gevolg van de personeelsplanning van Transavia en daarmee wel degelijk inherent aan de normale activiteit van Transavia als luchtvaartmaatschappij.

Nu voor de aankomstvertraging in Amsterdam niet langer sprake is van een volledig “van buiten komende oorzaak”, maar van de situatie dat de vertraging ook deels is terug te voeren op de organisatie bij Transavia, kan zij zich niet op de disculpatiegrond beroepen en is de vordering tot uitbetaling van de compensatie toewijsbaar.
3.11

Ook het beroep op matiging wordt verworpen. In het algemeen geldt dat een gemeenschapshandeling zoveel mogelijk wordt uitgelegd dat de geldigheid niet wordt aangetast. Verder dient de uitleg in overeenstemming te zijn met het gehele primaire recht, daaronder begrepen het beginsel van gelijke behandeling, dat vereist dat vergelijkbare situaties niet verschillend en verschillende situaties gelijk worden behandeld. De bedoeling van de Verordening is bescherming van luchtreizigers te verbeteren door de schade die zij tijdens luchtvervoer lijden te vergoeden.

De Verordening strekt er toe onmiddellijk en gestandaardiseerde compensatie voor schade te bieden, ook voor schade die bestaat in geleden tijdsverlies, waarvoor slechts (financiële) compensatie mogelijk is. Hoewel het thans niet zozeer om uitleg van regels gaat, maar om de toepassing daarvan, is de kantonrechter van oordeel dat met deze uitgangspunten niet te verenigen is de situatie dat individuele rechters in voorkomende gevallen en in afwijking van hetgeen gemeenschappelijk is geregeld, afbreuk doet aan de uniformering door op grond van matiging andere bedragen voor compensatie toe te kennen dan de in de Verordening genoemde.
3.12

Nu het beroep van Transavia op buitengewone omstandigheden faalt en de vordering ook niet voor matiging in aanmerking komt, zal de vordering tot betaling van de hoofdsom, gelet op de duur van vertraging van de vlucht, worden toegewezen. De wettelijke rente wordt toegewezen, zoals gevorderd. Daartegen is ook geen verweer gevoerd.
3.13

De gevorderde extra kosten worden afgewezen. Vaststaat dat uitvoering is gegeven aan artikel 9 van de Verordening en dat maaltijden en verfrissingen zijn aangeboden. De passagiers stellen zich op het standpunt dat meer aangeboden had moeten worden. Het aanbod moet in een redelijke verhouding tot de vertraging staan. Wat als redelijk ervaren wordt zal van geval tot geval verschillen.

Het begrip “redelijke verhouding” heeft ook in zich dat niet alles door de luchtvaartmaatschappij betaald hoeft te worden, zolang maar sprake is van een redelijke verhouding. De kantonrechter is van oordeel dat het aanbod van een lunch en een diner en twee drankjes in dit geval in een redelijke verhouding staat, zodat de vordering op dit punt wordt afgewezen.

3.14 Aangezien de passagiers buitengerechtelijke werkzaamheden hebben verricht om betaling van hun vordering te verkrijgen, zullen de gevorderde buitengerechtelijke kosten worden toegewezen.
3.15.

Transavia zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Deze worden tot op heden begroot op € 607,16, te specificeren als volgt: kosten dagvaarding € 100,16, griffierecht € 207,– en salaris gemachtigde € 300,– ( 2 punten volgens toepasselijk liquidatietarief).
4 De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt Transavia tot betaling aan [eiser 1] van een bedrag van € 1.600,– vermeerderd met de wettelijke rente hierover vanaf 23 oktober 2010 tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt Transavia tot betaling aan [eiser 1] van een bedrag van € 178,50; (…)

Bron: Juridisch Dagblad

Transavia veroordeeld tot betalen 1600 euro schadevergoeding aan passagier

Het standby houden van een crew bij het ‘uit de uren lopen’ hoort bij organisatie vliegmaatschappij

Opnieuw een luchtvaartzaak in het NJD, mr. S.M. Depmann namens Das Rechtsbijstand tegen Transavia, met gemachtigde mr. M. Reevers. Ditmaal de volgende casus. Eiser (1) vordert op grond van de EG Verordening Nr. 261/2004 een vergoeding van € 1.600,- omdat de door vlucht HV644 van Heraklion (Kreta, Griekenland) naar Amsterdam op 22 augustus 2010 langdurig vertraagd is geweest.

Door van buiten komende oorzaak ontstaat vertraging in de vluchtrotatie. Deze verlate aankomst in Heraklion rechtvaardigt voor Transavia het beroep op disculpatiegrond. Daarna wordt de volgende vlucht vertraagd, omdat de bemanning uit de uren zal lopen en de komst van nieuwe bemanning te lang duurt waardoor de vertraging verder oploopt.

De vertraging is zodoende niet alleen gevolg van de eerdere van buiten komende oorzaak, maar ook van personeelsplanning van Transavia en het niet voor handen hebben van een bemanning.

Geen toewijzing extra kosten vertraging, de Transavia-lunch en een diner en twee drankjes was redelijk

Hoe oordeelt de rechter? Vanaf r.o. 3.1:

De kantonrechter gaat uit van de volgende feiten:

     [eiser 1] heeft een vlucht geboekt voor 22 augustus 2010 van Heraklion naar Amsterdam met vluchtnummer HV644 en met Transavia als luchtvaartmaatschappij;

     Deze vlucht is met grote vertraging in Amsterdam aangekomen;

     Tijdens de wachttijd in Heraklion heeft Transavia een lunch en een maaltijd aangeboden alsmede twee drankjes;

     De vlucht HV644 behoort tot de vluchtrotatie Amsterdam – Heraklion – Kos – Amsterdam;

     Door een storing in het communicatiesysteem van de Griekse luchtverkeersleiding kon het vliegtuig dat onderweg was van Amsterdam naar Heraklion aanvankelijk niet landen op Heraklion en is dit uitgeweken naar Chania;

     Het vliegtuig is vervolgens van en naar Kos gevlogen en met ruime vertraging in Heraklion aangekomen;

     De vlucht HV644 kon vervolgens pas worden uitgevoerd nadat een nieuwe bemanning was ingevlogen, omdat de oorspronkelijke bemanning “uit de uren” zou lopen.

3.2

[eiser 1] vordert op grond van de EG Verordening Nr. 261/2004 een vergoeding van € 1.600,– stellende dat de door vlucht HV644 van Heraklion (Kreta, Griekenland) naar Amsterdam op 22 augustus 2010 langdurig vertraagd is geweest. Het Europese Hof van Justitie heeft geoordeeld dat luchtvaartpassagiers recht hebben op compensatie als zij hun eindbestemming drie uur of later na de oorspronkelijk geplande aankomsttijd bereiken, hetgeen thans ook in nationale jurisprudentie gevolgd wordt. Transavia weigert ten onrechte betaling. [eiser 1] vordert voorts betaling van de noodzakelijk gemaakte extra kosten voor maaltijden en verfrissingen met een totaal beloop van € 13,30. Sinds 23 oktober 2012 verkeert Transavia in verzuim, zodat vanaf die datum ook de wettelijke rente verschuldigd is, aldus steeds [eiser 1].

3.3

In de conclusie van antwoord voert Transavia een reeks van verweren, doch bij pleidooi – na kennisname van het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 23 oktober 2012 – beperkt zij haar verweer tot een beroep op de in de Verordening Nr. 261/2004 opgenomen disculpatiegrond.

Transavia is niet verplicht compensatie te betalen als de vertraging het gevolg is van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. Die omstandigheden hebben zich in dit geval voorgedaan. Tijdens de voorgaande vlucht (HV643) ontstond in het communicatiesysteem van de Griekse luchtverkeersleiding een probleem dat tot ernstige verstoring heeft geleid. Toestellen konden niet meer landen op of vertrekken vanaf Heraklion.

Hoewel toestellen die reeds onderweg waren zo goed als mogelijk zijn afgehandeld, bleek de luchthaven Heraklion bij aankomst te zijn volgelopen, zodat het toestel niet kon landen. Vervolgens is uitgeweken naar Chania.

In verband met de voortdurende verstoring is nadien nog van en naar Kos gevlogen, welke bestemming eveneens in de vluchtrotatie was opgenomen. Uiteindelijk is het vliegtuig met een forse vertraging in Heraklion aangekomen. Eenmaal daar bleek dat de bemanning “uit de uren” was gelopen of bij reguliere uitvoering van de vlucht naar Amsterdam “uit de uren” zou lopen.

Om die reden kon met deze bemanning niet verder gevlogen worden en is gewacht op een nieuwe bemanning. Transavia heeft de door [eiser 1] geboekte vlucht uiteindelijk met een nieuwe bemanning uitgevoerd. De vertraging die is ontstaan, is het gevolg van de storing in het communicatiesysteem van de Griekse luchtverkeersleiding. Die storing is aan te merken als buitengewone omstandigheid in de zin van artikel 5 lid 3 van de Verordening 261/2004, zodat Transavia niet gehouden is de in de Verordening bedoelde compensatie te betalen.

Immers, Transavia heeft geen enkele invloed kunnen uitoefenen op het ontstaan van de storing in het communicatiesysteem en ook niet op de duur van de storing. De voorgevallen omstandigheid die tot vertraging heeft geleid valt niet binnen de daadwerkelijke controle van Transavia. Het “uit de uren lopen” van de bemanning is een gevolg van de vertraging. Indien wel compensatie wordt toegekend is er volgens Transavia aanleiding om tot matiging over te gaan.

Toewijzing van de vordering leidt tot disproportionele gevolgen. De gevolgen voor het door [eiser 1] ondervonden ongemak worden gecompenseerd met een vergoeding die de ticketprijs overstijgt, hetgeen tot gevolg heeft dat gratis gereisd is en nog een aanvullende betaling moet volgen.

Om die reden is matiging tot een bedrag van 25% van de ticketprijs aangewezen. Er is geen grond voor toewijzing van de gemaakte extra kosten en de buitengerechtelijke incassokosten die gevorderd worden, aldus steeds Transavia.

De kantonrechter oordeelt als volgt:
3.4

Uit de beantwoording van de prejudiciële vragen (het arrest van het Hof van 23 oktober 2012 in de gevoegde zaken C-581/10 (Nelson – Lufthansa) en C-629/10 (TUI c.s. – Civil Aviation Authority) volgt –kort samengevat– dat het Sturgeon-arrest als geldend recht dient te worden beschouwd, zodat de passagiers ook bij vertraging van een zekere duur recht op compensatie kunnen hebben, tenzij sprake is van buitengewone omstandigheden als bedoeld in paragraaf 14 van de Verordening.
3.5

De vertraging is in dit geval een gegeven, dat maakt dat de vordering van [eiser 1] die ziet op de in de Verordening genoemde compensatiebedragen toewijsbaar is, tenzij de door Transavia naar voren gebrachte omstandigheden gelden als buitengewone omstandigheden als bedoeld in de genoemde Verordening, waarbij het aan Transavia is deze feiten te stellen en bij betwisting te bewijzen.
3.6

In de considerans van de Verordening heeft de gemeenschapswetgever erop gewezen dat dergelijke omstandigheden zich met name kunnen voordoen in geval van politieke onstabiliteit, weersomstandigheden die uitvoering van de vlucht in kwestie verhinderen, beveiligingsproblemen, onverwachte vliegveiligheidsproblemen en stakingen die gevolgen hebben voor de vluchtuitvoering van de luchtvaartmaatschappij die de vlucht uitvoert.
3.7

In jurisprudentie is verder verduidelijkt dat omstandigheden alleen dan als uitzonderlijk in de zin van artikel 5 lid 3 van de Verordening kunnen worden aangemerkt, wanneer zij verband houden met een gebeurtenis die, net als die in punt 14 van de considerans van deze verordening zijn opgesomd, niet inherent is aan de normale uitoefening van de activiteit van de betrokken luchtvaartmaatschappij, en laatstgenoemde hierop geen daadwerkelijk invloed kan uitoefenen wegens de aard of de oorsprong van die gebeurtenis.

3.8 Met Transavia is de kantonrechter van oordeel dat het probleem bij de Griekse luchtverkeersleiding in het communicatiesysteem, waardoor de reguliere vluchtrotatie verstoord is, in beginsel wel gerekend kan worden tot de bijzondere omstandigheden in de zin van artikel 5 lid 3 van de Verordening. Immers, Transavia is niet verantwoordelijk voor de goede werking van dat systeem en kan daarop ook geen invloed uitoefenen. Dit betreft daadwerkelijk een geheel van buiten komende oorzaak.

 

3.9 Veronderstellende dat de luchthaven Heraklion voor Transavia op het moment van aankomst daadwerkelijk gesloten was, hetgeen [eiser 1] betwist, moet de beslissing van gezagvoerder om uit te wijken naar een andere luchthaven en eerst ook passagiers op Kos af te leveren en op te halen, gerespecteerd worden, zodat Transavia zich voor wat betreft de latere aankomst op Heraklion in beginsel met succes op artikel 5 lid 3 van de Verordening kan beroepen.

De gezagvoerder is verantwoordelijk voor de vliegveiligheid en er is geen reden om aan zijn beoordeling te twijfelen. Dit betekent echter nog niet automatisch dat Transavia zich ook voor wat betreft het latere vertrek uit Heraklion en de aankomst in Amsterdam op deze disculpatiegrond uit de Verordening kan beroepen.
3.10

In dezen gaat het namelijk niet alleen om de aanvankelijke vertraging die ontstaan is door de communicatieproblemen bij de Griekse luchtverkeersleiding. De vertraging is mede ontstaan én vele uren groter geworden vanwege het feit dat Transavia nieuwe bemanning moest invliegen, alvorens de vlucht naar Amsterdam uitgevoerd kon worden.

Uit de tijdens het pleidooi op vragen van de kantonrechter gegeven toelichting volgt dat de aankomstvertraging op Heraklion van 5 uur meer dan verdubbeld is vanwege het feit dat aanvankelijk geen bemanning voor handen was waarmee het vliegtuig naar Amsterdam kon vertrekken.

De aankomstvertraging in Amsterdam is daarmee niet het uitsluitende gevolg van het communicatieprobleem bij de Griekse luchtverkeersleiding, maar ook van de wijze waarop Transavia de inzet van haar personeel georganiseerd heeft. Die wijze van inzet valt onder de verantwoordelijkheid van Transavia en van Transavia alleen.

Het feit dat personeel “uit de uren” is gelopen is weliswaar het gevolg van de vertraging, het feit dat geen nieuwe bemanning beschikbaar was en pas uren later beschikbaar kwam doordat deze uit Amsterdam is ingevlogen, is het gevolg van de personeelsplanning van Transavia en daarmee wel degelijk inherent aan de normale activiteit van Transavia als luchtvaartmaatschappij.

Nu voor de aankomstvertraging in Amsterdam niet langer sprake is van een volledig “van buiten komende oorzaak”, maar van de situatie dat de vertraging ook deels is terug te voeren op de organisatie bij Transavia, kan zij zich niet op de disculpatiegrond beroepen en is de vordering tot uitbetaling van de compensatie toewijsbaar.
3.11

Ook het beroep op matiging wordt verworpen. In het algemeen geldt dat een gemeenschapshandeling zoveel mogelijk wordt uitgelegd dat de geldigheid niet wordt aangetast. Verder dient de uitleg in overeenstemming te zijn met het gehele primaire recht, daaronder begrepen het beginsel van gelijke behandeling, dat vereist dat vergelijkbare situaties niet verschillend en verschillende situaties gelijk worden behandeld. De bedoeling van de Verordening is bescherming van luchtreizigers te verbeteren door de schade die zij tijdens luchtvervoer lijden te vergoeden.

De Verordening strekt er toe onmiddellijk en gestandaardiseerde compensatie voor schade te bieden, ook voor schade die bestaat in geleden tijdsverlies, waarvoor slechts (financiële) compensatie mogelijk is. Hoewel het thans niet zozeer om uitleg van regels gaat, maar om de toepassing daarvan, is de kantonrechter van oordeel dat met deze uitgangspunten niet te verenigen is de situatie dat individuele rechters in voorkomende gevallen en in afwijking van hetgeen gemeenschappelijk is geregeld, afbreuk doet aan de uniformering door op grond van matiging andere bedragen voor compensatie toe te kennen dan de in de Verordening genoemde.
3.12

Nu het beroep van Transavia op buitengewone omstandigheden faalt en de vordering ook niet voor matiging in aanmerking komt, zal de vordering tot betaling van de hoofdsom, gelet op de duur van vertraging van de vlucht, worden toegewezen. De wettelijke rente wordt toegewezen, zoals gevorderd. Daartegen is ook geen verweer gevoerd.
3.13

De gevorderde extra kosten worden afgewezen. Vaststaat dat uitvoering is gegeven aan artikel 9 van de Verordening en dat maaltijden en verfrissingen zijn aangeboden. De passagiers stellen zich op het standpunt dat meer aangeboden had moeten worden. Het aanbod moet in een redelijke verhouding tot de vertraging staan. Wat als redelijk ervaren wordt zal van geval tot geval verschillen.

Het begrip “redelijke verhouding” heeft ook in zich dat niet alles door de luchtvaartmaatschappij betaald hoeft te worden, zolang maar sprake is van een redelijke verhouding. De kantonrechter is van oordeel dat het aanbod van een lunch en een diner en twee drankjes in dit geval in een redelijke verhouding staat, zodat de vordering op dit punt wordt afgewezen.

3.14 Aangezien de passagiers buitengerechtelijke werkzaamheden hebben verricht om betaling van hun vordering te verkrijgen, zullen de gevorderde buitengerechtelijke kosten worden toegewezen.
3.15.

Transavia zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Deze worden tot op heden begroot op € 607,16, te specificeren als volgt: kosten dagvaarding € 100,16, griffierecht € 207,– en salaris gemachtigde € 300,– ( 2 punten volgens toepasselijk liquidatietarief).
4 De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt Transavia tot betaling aan [eiser 1] van een bedrag van € 1.600,– vermeerderd met de wettelijke rente hierover vanaf 23 oktober 2010 tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt Transavia tot betaling aan [eiser 1] van een bedrag van € 178,50; (…)

Bron: Juridisch Dagblad