Wijziging van teruggaaf btw bij oninbare vorderingen

Vanaf 1 januari 2017 gelden andere regels voor het aanmerken van een vordering als oninbaar en voor de manier waarop de betaalde btw kan worden teruggevraagd. Daarnaast geldt een aanpassing voor het terugbetalen van afgetrokken voorbelasting door het niet betalen van de vordering.

De leverancier kan zijn op aangifte betaalde btw terugvragen zodra het zeker is dat zijn vordering (gedeeltelijk) oninbaar is. 
Nieuw is dat de vordering in ieder geval 1 jaar ná de uiterste betaaldatum van de factuur, als oninbaar wordt aangemerkt. 
Daarnaast hoeft voor de teruggaaf geen apart verzoek meer te worden ingediend. 
De teruggaaf kan worden verwerkt in de btw-aangifte. 
Meer informatie, leest u bij Teruggaaf door oninbare vorderingen.

Terugbetalen van afgetrokken voorbelasting

De afnemer moet zijn op aangifte afgetrokken voorbelasting terugbetalen als hij het factuurbedrag (deels) heeft teruggekregen of op het moment dat duidelijk is dat hij de factuur niet (helemaal) gaat betalen. 
Nieuw is dat de afnemer de btw uiterlijk 1 jaar ná de uiterste betaaldatum van de factuur, moet terugbetalen. 
Meer informatie, leest u bij Niet-betaalde facturen.

Bron: Belastingdienst

Oxfam: Nederland op twee na grootste belastingparadijs

Nederland neemt de derde plaats in op een lijst die Oxfam Novib heeft opgesteld van de vijftien grootste belastingparadijzen ter wereld. Alleen Bermuda en de Kaaimaneilanden staan hoger op de ranglijst van de ontwikkelingsorganisatie.

Andere Europese landen op de lijst zijn Zwitserland op plaats vier, Ierland op de zesde plek, en Luxemburg op zeven. De Britse Maagdeneilanden, die recent samen met Ierland in verband werden gebracht met belastingontwijking door Europese voetballers, staan op de vijftiende plaats. Ook Curaçao staat op de ranglijst.

Uit het onderzoek blijkt dat de landen geen of lage tarieven voor vennootschapsbelasting hebben, oneerlijke fiscale prikkels geven aan bedrijven en niet meewerken aan internationale maatregelen tegen belastingontwijking. Hierdoor bieden de landen volgens Oxfam veel mogelijkheden voor bedrijven om belastingen te ontwijken.

25 miljard

Het gaat in Nederland om ruim 25 miljard aan misplaatste winst van Amerikaanse multinationals, zegt belastingexpert Esmé Berkhout die het rapport van Oxfam mede opstelde. “De winst van deze multinationals staat totaal niet in verhouding tot de reële aanwezigheid in het land. Ze maken gebruik van postbusfirma’s“, legt Berkhout uit in het NOS Radio 1 Journaal.

In het pand van een brievenbusfirma is vaak geen personeel of kantoor aanwezig. Het is een dochterbedrijf dat in het buitenland gevestigd is om belasting in eigen land te ontwijken. Starbucks is een voorbeeld van zo’n multinational, die door het opknippen van het bedrijf in kleine BV’s, tientallen miljoenen euro’s belastingvoordeel heeft gekregen.

Extreme ongelijkheid

Oxfam verwijt de landen op de belastingparadijzenlijst dat ontwikkelingslanden door de grootschalige ontduiking miljarden aan belastinginkomsten mislopen. “Het resultaat is toenemende extreme ongelijkheid binnen landen en geldtekort om burgers in ontwikkelingslanden meer kansen op een beter leven te geven”, zegt Berkhout.

De organisatie roept regeringen op om samen te werken om belastingontwijking te stoppen en tarieven voor vennootschapsbelasting niet verder te verlagen. Ook wil Oxfam dat bedrijven verplicht worden om transparanter te werk te gaan.

 

Oxfam Novib: Top vijftien belastingparadijzen

1. Bermuda 

2. Kaaimaneilanden 

3. Nederland 

4. Zwitserland 

5. Singapore 

6. Ierland 

7. Luxemburg 

8. Curaçao 

9. Hong Kong 

10. Cyprus 

11. Bahama’s 

12. Jersey 

13. Barbados 

14. Mauritius 

15. De Britse Maagdeneilanden

Bron: NOS

Nog steeds veel geheime belastingdeals in Nederland

Nederland sluit nog altijd veel geheime belastingdeals met multinationals. Daarmee blijft ons land een van de belangrijkste landen in Europa als het gaat om internationale belastingontwijking. Dat staat in een Europees rapport, waar de Nederlandse onderzoeksstichting SOMO aan meewerkte.

Volgens de onderzoekers was Nederland vorig jaar met 236 deals goed voor een derde plaats als het gaat om geheime belastingdeals met multinationals. Alleen België en Luxemburg sloten er meer af. In het onderzoeksrapport staat dat het aantal geheime afspraken nog steeds toeneemt.

“Ten opzichte van vorig jaar zijn er door de Europese Unie, onder Nederlands voorzitterschap, wel stappen in de goede richting gezet om belastingontwijking te bestrijden”, zegt Jasper van Teeffelen van SOMO. “Maar Nederland heeft in eigen land bitter weinig gedaan om zijn rol als facilitator van belastingontwijking aan te pakken.” 

Suggestief

De Belastingdienst vindt de gebruikte term ‘geheime deals’ te suggestief. “Daarmee zeg je eigenlijk dat er iets gebeurt dat niet mag. Terwijl het alleen maar gaat om duidelijkheid geven vooraf aan bedrijven over hoe we belasting heffen”, zegt een woordvoerder. 

“Bijvoorbeeld een bedrijf dat investeert in een nieuw machinepark. Daar maken we afspraken mee over de termijn waarbinnen die investering wordt afgeschreven, en hoe we daar dan belasting over heffen. De Europese Commissie beoordeelt deze praktijk van afspraken maken als ‘solide’.”

Onthullingen over belastingontwijking deden de laatste jaren veel stof opwaaien. De Europese Commissie eiste onlangs dat Ierland miljarden euro’s aan eerder toegekende belastingvoordelen terugvordert van Apple. Voor Nederland speelt een vergelijkbare zaak met Starbucks. Daarover loopt nog een zaak bij het Europese Hof.

Bron: NOS

Steeds minder belastingcontroles bij bedrijven

De Belastingdienst controleert steeds minder aangiftes van bedrijven. Bij een kwart van de grotere bedrijven vinden er eigenlijk geen inspecties plaats.

Dit meldt dagblad Trouw woensdag op basis van onderzoek door de krant en De Groene Amsterdammer.

In 2015 controleerde de Belastingdienst 26.000 keer de boeken van een bedrijf. Dit is 12.000 keer minder dan een jaar eerder en bijna 58.000 minder dan in 1996.

De daling wordt verklaard door het experimenteren met het zogeheten ‘horizontaal toezicht’. Dit houdt in dat bedrijven die de administratie goed op orde hebben vaak geen inspectie meer krijgen. De Belastingdienst wil zo meer inzetten op vertrouwen in plaats van actieve controles.

Volgens het dagblad vallen nu tweeduizend grotere bedrijven en zo’n 113.000 mkb-bedrijven onder het systeem.

Een oud-directeur grote ondernemingen bij de Belastingdienst zegt tegen Trouw dat het systeem “naïef en onverantwoord” is. “ik heb nog nooit een groot bedrijf gezien dat niet fraudeert”, zegt Ger Fuchs.

Bron: Nu.nl

Wijziging teruggaaf btw bij oninbare vorderingen

Vanaf 1 januari 2017 gelden andere regels voor het aanmerken van een vordering als oninbaar en voor de manier waarop de betaalde btw kan worden teruggevraagd. Daarnaast geldt een aanpassing voor het terugbetalen van afgetrokken voorbelasting door het niet betalen van de vordering.

De leverancier kan zijn op aangifte betaalde btw terugvragen zodra het zeker is dat zijn vordering (gedeeltelijk) oninbaar is. 
Nieuw is dat de vordering in ieder geval 1 jaar ná de uiterste betaaldatum van de factuur, als oninbaar wordt aangemerkt. 
Daarnaast hoeft voor de teruggaaf geen apart verzoek meer te worden ingediend. 
De teruggaaf kan worden verwerkt in de btw-aangifte. 
Meer informatie, leest u bij Teruggaaf door oninbare vorderingen.

Terugbetalen van afgetrokken voorbelasting

De afnemer moet zijn op aangifte afgetrokken voorbelasting terugbetalen als hij het factuurbedrag (deels) heeft teruggekregen of op het moment dat duidelijk is dat hij de factuur niet (helemaal) gaat betalen. 
Nieuw is dat de afnemer de btw uiterlijk 1 jaar ná de uiterste betaaldatum van de factuur, moet terugbetalen. 
Meer informatie, leest u bij Niet-betaalde facturen.

Bron: Belastingdienst

Wijziging btw-vrijstelling voor watersportorganisaties

Vanaf 1 januari 2017 zijn niet-winstbeogende watersportorganisaties vrijgesteld van btw voor alle havenwerkzaamheden die zij verrichten aan hun leden. Daarnaast is vanaf die datum de verhuur van lig- en bergplaatsen aan leden alleen nog vrijgesteld als de vaartuigen geschikt zijn voor sportbeoefening.

Havenwerkzaamheden

Watersportorganisaties die geen winst beogen, zijn vanaf 1 januari 2017 ook vrijgesteld voor havenwerkzaamheden als zij personeel in dienst hebben. Dit ongeacht de hoogte van het loon van het personeel.

Verhuur van lig- en bergplaatsen

Vanaf 1 januari 2017 geldt de vrijstelling niet meer voor de verhuur van lig- en bergplaatsen voor vaartuigen die op grond van objectieve kenmerken niet geschikt en noodzakelijk zijn voor sportbeoefening.

Bron: Belastingdienst

Luxemburg scherpt belastingregels verder aan

Luxemburg scherpt de belastingregels voor multinationals aan. Daardoor wordt een route die veel grote bedrijven gebruiken om belasting te ontwijken minder aantrekkelijk.

Na de jaarwisseling moeten de activiteiten die financieringsonderdelen van grote bedrijven uitvoeren voor het moederbedrijf tegen marktconforme tarieven worden uitgevoerd.

Die financieringsmaatschappijen verstrekken bijvoorbeeld leningen voor activiteiten of aankopen van het betreffende concern en worden daarbij gebruikt om de belastingdruk te verlagen.

Luxemburg lag de afgelopen jaren onder vuur vanwege de vele belastingdeals met grote bedrijven, die in het groothertogdom weinig belasting hoeven af te dragen.

De Europese Commissie verwelkomde dinsdag de nieuwe stap van de Luxemburgse regering in de strijd tegen belastingontwijking.

Bron: Nu.nl

EU wil btw-fraude webwinkels aanpakken

De Europese Commissie komt met voorstellen om btw-fraude door webwinkels aan te pakken. Lidstaten lopen naar schatting 5 miljard euro aan belasting mis door fraude en belastingontwijking en dit bedrag zou oplopen tot 7 miljard euro in 2020.

Verder moet de btw-inning bij webwinkels in lidstaten worden gelijkgeschakeld. Dit moet het voor bedrijven makkelijker en goedkoper maken om over de grens producten te verkopen.

Nu zijn bedrijven volgens de commissie ongeveer achtduizend euro aan administratiekosten kwijt per EU-land waar ze de markt op willen. Deze kosten worden omlaag gebracht door zaken via een onlineloket met de belastingdienst van het thuisland van de winkel te regelen.

Tot slot gaat de Commissie mee in de wens van lidstaten, dat voor elektronische boeken en kranten hetzelfde btw-tarief als voor papieren boeken moet gelden.

Meer keus

De voorstellen zijn het sluitstuk van een pakket maatregelen om de verkoop via webwinkels binnen Europa te reguleren. Er waren al plannen om geo-blocking aan te pakken- waarbij webwinkels vanuit bepaalde landen niet bereikbaar zijn-, en om consumentenbescherming beter te regelen.

Detailhandel Nederland zegt blij te zijn met de voorstellen: “Uiteenlopende btw-procedures en tarieven vormen al jaren een van de grootste obstakels bij grensoverschrijdend ondernemen”, aldus Joran Frik, secretaris Europa bij de organisatie. Volgens hem zullen de maatregelen ertoe leiden dat er voor consumenten in EU-landen meer webwinkels komen, en ze dus meer keus krijgen.

De Commissie verwacht dat het creëren van een loket EU-webwinkels in totaal 2,3 miljard euro aan administratiekosten per jaar bespaart.

Controles

Ook maatregelen om fraude te bestrijden juicht Detailhandel Nederland toe. Zo mogen landen van buiten de EU nu nog goederen die minder dan 22 euro kosten verzenden zonder daarover btw te betalen. Deze uitzondering sneuvelt.

Dit voorstel maakt het winkelen iets duurder voor consumenten. Maar volgens de Commissie is het nodig, omdat het in het nadeel is van EU-bedrijven en er makkelijk fraude mee gepleegd kan worden.

Er worden nu 150 miljoen pakketten per jaar onder de uitzondering verzonden. Slechts een klein deel daarvan wordt gecontroleerd. Maar uit die controles blijkt wel dat regelmatig veel duurdere producten, zoals smartphones en tablets, met een verkeerd label en een verhullende beschrijving verstuurd worden.

De voorstellen moeten nog worden goedgekeurd door het Europees Parlement en de lidstaten.

Bron: NOS

Omzetbelasting over deskundigenkosten moet worden vergoed aan onteigende BTW-ondernemer

De BTW over de door een onteigende gemaakte deskundigenkosten komt voor vergoeding in aanmerking, ook wanneer de onteigende een BTW-ondernemer is die belaste prestaties verricht.

Deze BTW komt, kort gezegd, niet voor aftrek door de onteigende in aanmerking omdat de diensten van de deskundigen volgens de Hoge Raad rechtstreeks en onmiddellijk samenhangen met de vrijgestelde levering van het onteigende.

Deze zaak betreft de bepaling van een onteigeningsschadeloosstelling. De onteigende exploiteerde op de peildatum een paardenpension op het onteigende en het overblijvende. De onteigenende Staat had aangevoerd dat de onteigende voor 35% van BTW vrijgestelde prestaties verricht en voor 65% prestaties die wel zijn belast met BTW. De Staat meende dat de onteigende daarom de door hem voldane BTW over de facturen van de door hem ingeschakelde deskundigen voor 35% in aftrek kon brengen. De BTW vormde naar de opvatting van de Staat daarom in zoverre geen voor vergoeding in aanmerking komende schade. De rechtbank Zeeland-West-Brabant ging daarin niet mee.

De Hoge Raad beslist dat de aan de onteigende partij in rekening gebrachte omzetbelasting voor vergoeding in aanmerking komt. De Hoge Raad – met in de zetel twee BTW-specialisten uit de belastingkamer – gaat in zijn arrest uitvoerig in op de materiële BTW-aspecten. Een ondernemer als bedoeld inart. 7 Wet op de omzetbelasting 1968 (Wet OB) kan de ter zake van juridische en andere deskundige bijstand aan hem in rekening gebrachte omzetbelasting in aftrek brengen of terugvragen, voor zover de met die bijstand verrichte diensten door hem worden gebruikt voor belaste handelingen (art. 2art. 15 lid 1 en art. 17 wet OB). Van gebruik voor belaste handelingen is in beginsel sprake wanneer de aanschaf van goederen of diensten rechtstreeks en onmiddellijk samenhangt met het verrichten van belaste handelingen. Wanneer goederen of diensten worden gebruikt voor vrijgestelde handelingen bestaat geen recht op aftrek. Aangeschafte goederen en diensten die niet toerekenbaar zijn aan belaste handelingen en ook niet aan vrijgestelde handelingen maar die rechtstreeks en onmiddellijk verband houden met de algehele onderneming, vormen algemene kosten van de onderneming en komen voor aftrek in aanmerking, in de mate waarin de ondernemer belaste handelingen verricht (HvJEU 8 februari 2007, C-435/05, ECLI:EU:C:2007:87, en HvJEU 21 februari 2013, C-104/12, ECLI:EU:C:2013:99) .

De rechtsovergang van een goed tegen betaling van een vergoeding ingevolge een vordering door of namens de overheid, geldt op grond van art. 3 lid 1, onder d, Wet OB voor de heffing van omzetbelasting als een levering van een goed. Een ondernemer wordt in dat geval geacht een belastbare handeling te verrichten. Niet in geschil is dat de rechtsovergang van het onteigende als gevolg van de onteigeningsprocedure een van omzetbelasting vrijgestelde levering van een goed is. De omzetbelasting die de bijstandverleners aan de onteigende in rekening hebben gebracht, komt dus in het geheel niet op de voet van art. 15 lid 1 Wet OB voor aftrek in aanmerking, wanneer hun diensten moeten worden geacht rechtstreeks en onmiddellijk samen te hangen met deze levering.

Voor de toepassing van art. 15 Wet OB geldt dat juridische en andere deskundige bijstand die erop is gericht de omvang van een tegenprestatie voor een levering van een goed te bepalen, wordt geacht rechtstreeks en onmiddellijk samen te hangen met die levering. Dit is niet anders ingeval het juridische en andere deskundige bijstand betreft die erop is gericht de omvang vast te stellen van de in art. 3 lid 1, onder d, Wet OB bedoelde vergoeding die een ondernemer krijgt voor de levering van een goed dat van hem wordt gevorderd door of namens de overheid.

De rechtbank heeft beslist dat de verleende deskundige bijstand betrekking heeft op de onteigeningsprocedure die zal leiden tot een voor de omzetbelasting vrijgestelde levering. Daarin ligt volgens de Hoge Raad besloten dat de aan de onteigende verleende bijstand betrekking heeft op de van omzetbelasting vrijgestelde levering van de onroerende zaak en de daarvoor te ontvangen vergoeding. De Hoge Raad schaart zich gelet op het voorgaande achter dit oordeel.

Ondanks de enigszins op de feiten toegespitste motivering (aan het slot van het arrest) lijkt de Hoge Raad hiermee een principiële uitspraak te hebben gedaan die ook van toepassing is in andere onteigeningszaken. Wel heeft de Hoge Raad, mede gelet op de andersluidende conclusie van A-G Van Oven (zie par. 4), een enigszins verrassende wending gegeven aan deze kwestie.

De Hoge Raad komt met zijn arrest bovendien impliciet terug op zijn arrest van 27 maart 2009, ECLI:NL:HR:2009:BG8814 (Den Haag/Soekhoe), waarin hij overwoog:

“3.4.1 Onderdeel IV keert zich tegen de beslissing van de rechtbank omtrent de kosten van rechtsbijstand en deskundigenbijstand in rov. 32 en het dictum. Onderdeel IVA klaagt over de toewijzing door de rechtbank van de terzake gemaakte kosten ‘in het voorkomende geval te vermeerderen met de daarover verschuldigde omzetbelasting’. Deze klacht is gegrond. Waar de rechtbank eerder (in rov. 31) als standpunt van de Gemeente vermeldde dat de gevorderde kosten ter zake van omzetbelasting niet voor vergoeding in aanmerking komen nu het een onderneming betreft, en de rechtbank voorts zonder melding te maken van enige betwisting van dit standpunt door Soekhoe overwoog (in rov. 32) dat zij, nu de kosten betrekking hebben op de door Soekhoe gedreven onderneming, aannemelijk achtte dat de meegevorderde omzetbelasting voor fiscale verrekening in aanmerking komt, behoefde nadere motivering waarom de rechtbank niettemin de bedoelde bedragen ‘in voorkomend geval te vermeerderen met de daarover verschuldigde omzetbelasting’ heeft toegewezen.”

Ook de omstandigheid dat de deskundigenkosten mede betrekking hebben op de door de onteigende te verkrijgen vergoeding die wordt toegekend voor de voortzetting van de bedrijfsactiviteiten, zoals de onteigenaar in de onderhavige zaak had aangevoerd, heeft de Hoge Raad kennelijk niet op andere gedachten gebracht.

Dit arrest is vanwege de daarin opgenomen interpretatie van de Wet OB niet alleen relevant voor de onteigeningspraktijk, maar ook voor eenieder die zich bezighoudt met (omzet)belastingheffing. Aangenomen mag worden dat de Belastingdienst met dit arrest in de hand voortaan het standpunt zal innemen dat onteigenden die BTW-ondernemer zijn de BTW over de door hen gemaakte deskundigenkosten niet in aftrek mogen brengen. Een procedure over deze vraag bij de belastingrechter lijkt de onteigende zich vanwege de duidelijke bewoordingen van de Hoge Raad (en de hiervoor al vermelde samenstelling van de zetel) te kunnen besparen. Het is tot nu toe overigens geen gangbare praktijk dat de Belastingdienst de aftrek van de over de deskundigenkosten betaalde BTW weigert (zie de bijdrage van Bas ten Kate op onteigeningsblog over dit arrest).

De Staat is in cassatie bijgestaan door Martijn Scheltema en de auteur en in feitelijke instantie door Alrik Bijkerk en Bas ten Kate.

Bron: Cassatieblog

BTW-vrijstelling ook voor niet-BIG-geregistreerde beroepsbeoefenaren

Gezondheidskundige verzorging is btw-vrijgesteld als de werkzaamheden worden uitgevoerd door een beroepsbeoefenaar met een BIG-registratie. Als gevolg van een arrest van de Hoge Raad mogen niet-BIG-geregistreerden eveneens een beroep doen op btw-vrijstelling, mits zij kwalitatief soortgelijke diensten verrichten.

Bron: Recht.nl