Leuker kunnen we het niet maken, maar wel makkelijker – of dat ook niet?

Met de formatie van het kabinet in volle gang is het weer interessant om te zien welke kant het fiscale beleid uit zal gaan. De fiscaliteit is de afgelopen jaren in toenemende mate gebruikt als een instrument om politieke visies en beleid tot uiting te brengen. Dit is in het licht van de strijd om de stemmen begrijpelijk, maar het resultaat van de grote hoeveelheid – niet zelden tegenstrijdige – regelingen is ook onbegrijpelijke regelgeving en toenemende problemen bij de uitvoering van de belastingheffing.  

Bekende voorbeelden van steeds ingewikkeldere fiscale regelgeving zijn de autobelastingen en de belastingheffing van de eigen woning. Met de recente aanpassingen in de wetgeving die voortvloeien uit Autobrief II, lijkt het laatste kabinet overigens wel een poging te doen om die complexiteit uit de wetgeving te halen. Bij de eigen woning is het zover nog niet. De fiscale regelgeving omtrent de eigen woning is nog steeds zeer onoverzichtelijk en complex, met als gevolg een aantal ongewenste of onredelijke gevolgen voor belastingplichtigen alsook een zeer reëel gevaar op fouten in de aangifte inkomstenbelasting.

Het nieuwe kabinet erft niet alleen complexe wetgeving als uitvloeisel van fiscaal instrumentalisme, ook de rap veranderde maatschappij zorgde in (recent) verleden voor wetgeving die niet altijd aansluit bij de realiteit. Neem de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (DBA), welke een einde moest maken aan de schijnzelfstandigheid die onder de oude VAR werd geconstateerd. Maar de wet DBA heeft in plaats van het bieden van een passende oplossing voor dit probleem, gezorgd voor ernstige chaos in de zelfstandigenmarkt. De voornaamste oorzaak lijkt te liggen in het feit dat de wet geen heldere en vooral realistische criteria geeft om zelfstandigheid van dienstverband te scheiden. En met de zeer snel veranderende wereld om ons heen, is dit ook absoluut geen eenvoudige klus. Maar wel een klus die geklaard dient te worden, wil de rust weer terugkeren bij de zelfstandigen en hun opdrachtgevers.  

Hopelijk kan het nieuwe kabinet voor wat betreft de fiscale wetgeving datgene bereiken wat de slogan van zijn uitvoerende fiscale tak al jaren belooft: het makkelijker maken. Leuker mag trouwens ook. 

Bron: Actuele artikelen

Kabinet verwacht meevaller van 8 miljard euro in 2017

Het kabinet verwacht voor dit jaar bijna 8 miljard euro meer op te halen aan belastingen en premies dan eerder in de Miljoenennota op Prinsjesdag vorig jaar werd geraamd.

De meevallers komen vooral van de btw (2,4 miljard), de vennootschapsbelasting (2,3 miljard) en de loon- en inkomensheffing (1,2 miljard). 

Dat staat in de Voorjaarsnota die demissionair minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem donderdag naar de Tweede Kamer stuurt. De Voorjaarsnota laat zien welke wijzigingen er door het kabinet zijn doorgevoerd ten opzichte van de Miljoenennota. 

De meevaller is te danken aan de aantrekkende economie, die doet het in 2017 beter dan aanvankelijk werd gedacht.

Zo daalt de werkloosheid met de huidige verwachting naar 4,9 procent van de beroepsbevolking. Bij de presentatie van de Miljoenennota in september vorig jaar werd uitgegaan van een werkloosheidspercentage van 6,2 procent.

Daardoor dalen de kosten aan uitkeringen met 234 miljoen euro. Tegelijkertijd wordt er meer inkomstenbelasting geïnd omdat er meer mensen aan het werk zijn. Ook aan hulpmiddelen in de zorg wordt minder uitgegeven dan verwacht: 164 miljoen euro.

In de Voorjaarsnota staat verder dat het begrotingsoverschot dit jaar uitkomt op 0,2 procent van het bbp en verder oploopt naar 1,3 procent in 2021. De staatsschuld blijft dit jaar net onder de door Europa gestelde grens van 60 procent van het bbp. Ook dit is een gunstiger beeld vergeleken met de Miljoenennota op Prinsjesdag.

Tegenvallers

Bij de positieve cijfers is een kanttekening op zijn plaats. Het Centraal Planbureau (CPB) becijferde in maart dat het begrotingsoverschot dit jaar zou uitkomen op een half procent.

Het ministerie van Financiën legt dit verschil van 0,3 procentpunt uit als gevolg van beleid. Het planbureau presenteert de kale cijfers, vervolgens kunnen die in dit geval lager uitvallen als gevolg van politieke keuzes.

Er zijn sowieso tegenvallers te melden. Eerder sprak Dijsselbloem van een tekort op de begroting van het ministerie van Onderwijs van “enkele honderden miljoenen”. Nu is het duidelijk dat het om 200 miljoen euro per jaar gaat. Een gevolg van te laag ingeschatte leerling- en studentenaantallen.

De langdurige zorg valt voor dit jaar 176 miljoen euro duurder uit omdat sommigen aanspraak hebben op meer zorg.

Ook de voorgenomen bezuiniging van de scholings- en monumentenaftrek is van de baan. De Tweede Kamer had grote problemen met de plannen waarop het kabinet afzag van de bezuiniging. De tegevallers voor dit jaar worden gedekt met de meevallers. 

Staatssecretaris Martin van Rijn (Volksgezondheid) liet woensdag aan de Kamer weten dat de verpleeghuizen per jaar 2,1 miljard euro nodig hebben om op een gewenst niveau te blijven. Daarmee legt de demissionair bewindsman deze opdracht neer bij een volgend kabinet.  

Nieuw beleid

Dankzij de goede economische ontwikkelingen, maakt het niet zoveel uit of een nieuw kabinet snel aantreedt of dat het huidige nog even blijft zitten, laat Dijsselbloem in een reactie weten.

Mocht het demissionaire kabinet nog de begroting 2018 voor Prinsjesdag moeten opstellen, dan is het ”onvermijdelijk” dat er nieuw beleid inkomt, zegt de minister. Er zal extra geld beschikbaar worden gesteld voor knelpunten, bijvoorbeeld om de koopkracht voor bepaalde groepen op peil te houden. ”We gaan niet problemen laten ontstaan of laten oplopen.”

Hoewel het overschot aan het eind van een volgende kabinetsperiode vermoedelijk oploopt tot ongeveer 11 miljard euro, vindt Dijsselbloem het vooral belangrijk te kijken naar hoe de overheidsfinanciën er op de langere termijn voor staan. 

“Kunnen we dan ook de AOW, de zorg en het onderwijs betalen?”, vraagt de bewindsman zich af. Hij waarschuwt zijn opvolger daarom voor een te los uitgavebeleid.

Mantelzorgboete

De zogenoemde ‘mantelzorgboete’ is definitief van de baan. Op het plan van staatssecretaris Jetta Klijnsma (Sociale Zaken) kwam veel kritiek, omdat het immers financieel minder aantrekkelijk zou worden om als ouder een kind of als kind een ouder in huis te nemen om mantelzorg te verlenen. Volgens sommigen wordt het daardoor zelfs onmogelijk gemaakt.

Eerder werd al duidelijk dat de plannen de ijskast ingaan, waardoor de wijziging geen verrassing is voor de lopende begroting. Hoe de lagere inkomsten voor de komende jaren moet worden opgelost, is aan een volgend kabinet.

Uitgaven

Om een volgend kabinet meer inzicht te geven in de financiën, is er een overzicht van de inkomsten en uitgaven voor de komende jaren toegevoegd.

Voor 2017 stelt het kabinet 100 miljoen euro beschikbaar voor de verpleeghuiszorg. Dat komt bovenop de al eerder aangekondigde eenmalige 100 miljoen euro extra. Daarbij is er 145 miljoen euro beschikbaar gesteld tot 2021 om extra mensen op te leiden en om- of bij te scholen.

Ambtenaren kunnen een loonsverhoging tegemoetzien dankzij hogere inkomsten van het rijk uit pensioenpremies. Het gaat in totaal om 342 miljoen euro.

Verder gaat er 50 miljoen euro extra naar veiligheid, stabiliteit, migratiesamenwerking en opvang in de regio. Het budget voor ontwikkelingssamenwerking stijgt dit jaar met 62 miljoen euro.

De lagere asielinstroom in 2016 heeft ook nog effect op dit jaar. Er is 170 miljoen euro minder nodig dan gedacht voor de opvang. Dit geld gaat terug naar de begroting van ontwikkelingssamenwerking.  

De Koninklijke Marechaussee krijgt er structureel 20 miljoen euro bij van het kabinet. Hiermee moeten tweehonderd extra marechaussees worden ingezet voor de grensbewaking op lucht- en zeehavens.

Bron: NU.nl

Europarlementariërs willen geen controle op toelage

Europarlementariërs zien niets in een verplichting om een accountant te laten controleren hoe ze hun onkostenvergoeding uitgeven. De leden krijgen jaarlijks naast hun brutosalaris van ongeveer een ton ruim 50.000 euro voor algemene onkosten, belastingvrij.

Een voorstel hiervoor van SP’er Dennis de Jong, lid van de begrotingscontrolecommissie, haalde het donderdag niet.

”Mijn collega’s weigeren verantwoording af te leggen. Kennelijk komt het dan te dichtbij.’’ De meeste Nederlandse delegaties laten hun uitgaven vrijwillig controleren door een accountant.

De Jong zegt goed te begrijpen dat burgers ervan uitgaan dat veel van zijn collega’s de vergoedingen ”gewoon in eigen zak steken’’. De regels over waarvoor de toelage mag worden gebruikt worden wel aangescherpt.

De parlementsbegroting voor dit jaar bedraagt 1,9 miljard euro, waarvan ongeveer 22 procent wordt besteed aan de salarissen, reiskosten, kantoorruimte en assistenten van de 751 Europarlementariërs.

Bron: NU.nl

Veel minder vragen voor Belastingtelefoon

Het aantal mensen dat de Belastingtelefoon heeft gebeld met vragen over de aangifte is dit jaar veel lager dan vorig jaar. Het waren er tussen 1 maart en 1 mei 850.000. Vorig jaar belden in dezelfde periode nog 1,2 miljoen mensen de Belastingtelefoon.

De daling is volgens de fiscus te verklaren doordat de dienst steeds meer gegevens voor mensen al invult. Daarnaast zijn de hulpteksten uitgebreid en aangepast. De meeste vragen gingen dit jaar over de eigen woning en aftrekposten zoals studie- of zorgkosten.

Zesbaans snelweg

De aangifte moest dit jaar voor 1 mei binnen zijn. Op de laatste dag dat dat kon, gisteren dus, werd nog ruim 288.000 keer aangifte gedaan. In totaal zijn bij de fiscus 8,7 miljoen aangiften binnengekomen.

Steeds minder mensen doen aangifte op papier, nog maar 1 procent van het totaal. De rest doet het online, en dat leidde op de eerste dag van de aangifteperiode tot drukte op de digitale snelweg. De rest van de aangifteperiode waren er geen problemen en dat kwam volgens de Belastingdienst doordat de capaciteit van het systeem is uitgebreid van “een vierbaans naar een zesbaans snelweg”.

Bron: NOS

De dga moet misschien maar niet rouwig zijn om het pensioen in eigen beheer

Homo oeconomicus is een mensbeeld waarin de mens een economisch wezen is, gericht op de bevrediging van zijn behoeften op efficiënte, rationele en logische wijze. Met dat mensbeeld in gedachten was pensioen in eigen beheer ook een heel aardige regeling. In plaats van je pensioen over te laten aan de grillen van de markt, investeer je in de ‘asset’ waar je zelf de meeste controle over hebt: je eigen onderneming.  Het fiscale voordeel is mooi meegenomen en je bouwt een mooie pensioenpot op. Toch?

De praktijk is een stuk weerbarstiger. Zo snapt de gemiddelde dga niet veel van het pensioen in eigen beheer, zijn de kosten behoorlijk hoog en geeft het pensioen in eigen beheer veel problemen bij echtscheiding van de dga.

Maar misschien het meest vervelende voor de dga is de verraderlijke stelligheid waarmee de waarde van het pensioen op papier staat, zwart op wit op de creditzijde van de balans van zijn onderneming. Of de dga daadwerkelijk aanspraak kan maken op dat pensioen hangt echter helemaal af van wat er op de debetkant van de balans van zijn onderneming staat, de bezittingen. Als het voornaamste ‘bezit’ van de onderneming bestaat uit een vordering op de dga zelf, dan kan die dga fluiten naar zijn pensioen. Hetzelfde geldt voor de dga waarvan de onderneming in zwaar weer is geraakt.

De dga oeconomicus zou zoiets nooit overkomen. Hij zou enkel rationele beslissingen nemen die ertoe zouden leiden dat er ruim voldoende waarde in de pot zit om later een mooi pensioen uit te kunnen keren. Net zoals de woningeigenaar oeconomicus met een aflossingsvrije hypotheek gedisciplineerd maandelijks zelf aflossingen zou doen om zijn hypotheekschuld te verminderen.

In werkelijkheid blijkt dat de homo oeconomicus  vooral een theoretisch concept is. Zeker waar het ingewikkelde economische en fiscale onderwerpen betreft met vergaande financiële consequenties, lijkt het beter om de homo sapiens de meest veilige optie te bieden in plaats van de optie die rationeel gezien misschien beter is.

En dus is de afschaffing van het pensioen in eigen beheer een kwalijke zaak voor dga oeconomicus . Maar voor de echte dga van vlees en bloed is het ter ziele gaan van pensioen in eigen beheer misschien niet eens zo verkeerd. 

Bron: Actuele artikelen

Rekening-courant (r/c) directeur- grootaandeelhouder (DGA)

Als DGA heeft u meerder petten op. Die van directeur van de onderneming en die van werknemer en aandeelhouder. Het is heel gemakkelijk om zakelijk allerlei kosten te betalen die voor privé doeleinden gemaakt te worden dan wel worden door u privé kosten voor de onderneming betaald. De betalingen lopen dan door elkaar heen. Uw boekhouder zal deze als het goed is boeken in de zogenaamde r/c van u bij de B.V. Op die manier bouwt u een schuld of vordering op bij de B.V.

Goedgekeurd is dat als in het jaar de r/c vordering niet hoger is dan € 17.500 er over en weer geen rente in rekening hoeft te worden gebracht  en bij de B.V.  geen rente mag worden afgetrokken.

Het is dus zaak om jaarlijks bij de afsluiting van de boekhouding de r/c verhouding van u met de BV goed te bezien. Mogelijk dat er grote opnamen zijn die geen consumptief karakter hebben. Alsdan kan er mogelijk een afzonderlijke leningsovereenkomst worden opgemaakt met afspraken over rente, aflossing, looptijd en zekerheden. Ook hier geldt: de condities moeten zakelijk zijn als of de lening met een willekeurige derde worden overeengekomen.

Bij een r/c die inhoudt een vordering van de DGA privé op de BV moet bezien worden of sprake is van het ter beschikking stellen van vermogen. Als dat het geval is komt de lening en dus ook de rente in box 1 terecht met een heffing over de rente van maximaal 52%. Een juist inzicht in de financiële verhoudingen van u met de BV is dus gewenst.

Bron: Actuele artikelen

Verblijfskosten eigen rijders: bedrag 2017 vastgesteld

Eigen rijders die internationale ritten maken, mogen per gereden dag een vast bedrag van hun winst aftrekken als verblijfskosten. Voor 2017 is dit bedrag € 35,50.

Het bedrag dat eigen rijders mogen aftrekken, wordt jaarlijks aangepast. De bedragen van de laatste 5 jaar vindt u bij Verblijfskosten eigen rijders. Daar leest u ook aan welke voorwaarden eigen rijders moeten voldoen om deze verblijfskosten af te trekken.

Bron: Belastingdienst

Het UBO register

Op 25 juni 2015 is de zogenaamde Vierde Anti-witwasrichtlijn (2015/849/EU) in werking getreden. Deze Richtlijn is gericht op het “tegengaan van criminaliteit en terroristische daden met het oog op een sterke interne markt, economische welvaart en financiële stabiliteit en integriteit“. Op grond van de Richtlijn zijn de EU-lidstaten verplicht om van alle vennootschappen en andere juridische entiteiten die binnen de betreffende lidstaat zijn opgericht, informatie over de UBO in het UBO-register op te nemen. De vennootschappen en juridische entiteiten zullen zelf informatie over de UBO moeten aanleveren aan het register. Op uiterlijk 26 juni 2017 moeten de lidstaten de richtlijn geïmplementeerd hebben.

Er komt een speciaal register. Daarin moet opgenomen worden wie de uiteindelijk belanghebbende achter een onderneming of rechtspersoon is. Reden: op die manier wil met kunnen achterhalen wie uiteindelijk de gerechtigde is van een geldstroom om zo
corruptie, fiscale misdrijven en belastingfraude zullen met de komst van het register bemoeilijkt worden.

Meer specifiek wordt in het register de gegevens op genomen van de Ultimate Beneficial Owners (UBO’s) opgenomen. Een UBO is de uiteindelijk belanghebbende, oftewel de natuurlijke persoon die, al dan niet achter de schermen, bij een onderneming of rechtspersoon aan de touwtjes trekt.
Dit register gaat onderdeel worden van het handelsregister. Slecht een deel van die informatie zal openbaar toegankelijk zijn. Dit op de privacy en persoonlijke levenssfeer van de UBO’s te beschermen.
Een UBO kan ook het verzoek indienen om zijn gegevens geheel af te schermen.
Nieuw is ook de zogenaamde terugmeldingsplicht.
Als bepaalde instanties informatie tegenkomen die niet juist is hebben de plicht daarvan melding te maken bij de KvK.

Bron: Actuele artikelen

Bezwaren tegen btw voor privégebruik auto worden massaal afgehandeld

Over de belastingjaren 2011 tot en met 2016 hebben ondernemers ongeveer 2 miljoen keer bezwaar gemaakt tegen de btw die ze moeten betalen voor het privégebruik van de auto van de zaak. Daarom heeft de Belastingdienst deze bezwaren aangewezen als massaal bezwaar. Dat wil zeggen dat wij ze niet individueel behandelen, maar voor al deze bezwaren 1 beslissing nemen.

De Hoge Raad doet waarschijnlijk binnenkort uitspraak in een aantal lopende rechtszaken over btw en privégebruik auto. Daarna nemen wij binnen 6 weken een beslissing over alle bezwaren die onder het massaal bezwaar vallen. Wij maken die beslissing dan bekend in de Staatscourant en op deze website.

Hebt u bezwaar gemaakt tegen de btw voor het privégebruik van de auto van de zaak? Uw bezwaar valt onder het massaal bezwaar als het voldoet aan alle volgende voorwaarden:

  • Het gaat in uw bezwaar om 1 of meer van de vragen die de Hoge Raad behandelt.
  • U hebt uiterlijk bezwaar gemaakt op de dag vóór de dag waarop wij onze beslissing nemen.
  • U hebt op tijd bezwaar gemaakt.
  • Wij hebben nog geen uitspraak gedaan op uw bezwaar.

Gaat het in uw bezwaar (ook) om andere vragen dan die de Hoge Raad behandelt? Dan behandelen wij uw bezwaar op die punten wel individueel.

De aanwijzing voor massaal bezwaar kan plaatsvinden als bij een groot aantal bezwaarschriften dezelfde rechtsvraag speelt. Massaal afdoen heeft geen effect op de uitkomst. 

Bron: Belastingdienst

Nieuwe wetgeving BTW en oninbare vorderingen

Het komt helaas voor dat als er een factuur wordt verzonden deze uiteindelijk niet inbaar blijkt te zijn. De BTW die in rekening is gebracht is netjes afgedragen maar de factuur wordt maar niet betaald. Hoe nu te handelen om de afgedragen BTW terug te ontvangen.

Als ondernemer wil je dan natuurlijk de BTW toch zo snel mogelijk verrekend zien worden dan wel terugontvangen. Tot 1 januari jl. kon per brief, dus niet in de aangifte btw. Binnen een maand nadat definitief vaststond dat de factuur oninbaar was, kon een verzoek ingediend worden voor teruggaaf van de afgedragen BTW. Die oninbaarheid moest aannemelijk gemaakt worden. Dit laatste was vaak lastige zaak. Er moest feitelijk altijd aantoonbaar actie ondernomen zijn waarop ook nog een reactie was.

Vanaf 1-1-2017 is er een vereenvoudiging aangebracht. Als na een jaar blijkt dat een vordering niet dan wel niet geheel inbaar is, is het voortaan toegestaan dit BTW bedrag  terug te vragen bij de belastingdienst  door dit bedrag aan te geven in de periodieke aangifte btw. Deze een jaarstermijn gaat lopen een jaar nadat de vordering opeisbaar is geworden. Men hoeft uiteraard niet een jaar te wachten mocht eerder duidelijk zijn dat de factuur niet (geheel) betaald zal worden. Alsdan dient weer wel ( net als voorheen) een afzonderlijk verzoek bij de belastingdienst te worden ingediend. Dit mag niet in de periodiek aangifte meegenomen worden. Zou uiteindelijk een “oninbare” vordering alsnog geint worden en is de BTW al teruggevorderd dan zal de BTW wederom afgedragen moeten worden.

Het is dus zaak in de administratie goed te vast te leggen welke factuur na afloop van de betalingstermijn nog niet voldaan is.

Bron: Actuele artikelen