Hoogste prijsstijging in 5 jaar …

Door belastingverhogingen zijn de prijzen van eten, drinken, gas en elektriciteit in januari verder opgelopen. De prijzen van goederen en diensten stegen gemiddeld met 2,2 procent vergeleken met een jaar eerder. Dat is het hoogste inflatiecijfer in ruim vijf jaar, meldt het CBS.

Een maand eerder was de inflatie nog 2 procent. In januari gingen er allerlei belastingverhogingen in. Het lage btw-tarief ging van 6 naar 9 procent, en ook de belasting op gas en elektra ging omhoog.

Veel supermarkten hebben begin januari hun prijzen aangepast op het nieuwe btw-tarief. Voedingsmiddelen stegen in januari gemiddeld 3,3 procent in prijs, een maand eerder was dat nog 1,2 procent. Thuiszorg werd daarentegen goedkoper, onder meer doordat de eigen bijdrage is verlaagd.

Rente
De Europese Centrale Bank heeft als doel om de inflatie in de eurozone rond de 2 procent te krijgen. Ondanks allerlei steunmaatregelen is dat nog niet gelukt. In januari kwam de inflatie voor de eurozone uit op 1,4 procent en dat is een daling ten opzichte van december.

Fiscale overgangsregeling voor Nederlanders bij No-Deal-Brexit

Als Groot-Brittannië eind maart zonder deal de Europese Unie verlaat, komt er voor Nederlandse burgers en bedrijven die hierdoor belastingtechnisch worden getroffen een overgangsregeling. Staatssecretaris Snel wil mensen zo de gelegenheid geven zich op de nieuwe situatie voor te bereiden.

In een Kamerbrief benadrukt hij dat fiscale gevolgen door een no-deal-brexit niet voorkomen kunnen worden. “En het kabinet wil dit ook niet”, schrijft Snel. “Aan de andere kant is het voor burgers als gevolg van de onduidelijkheid waarschijnlijk moeilijk om zich een voorstelling te maken van wat er op hen afkomt in een no-deal-scenario.”
Volgens Snel verliezen bijvoorbeeld Nederlanders die in Groot-Brittannië wonen en in Nederland belasting betalen bij een no-deal-brexit het recht op de hypotheekrenteaftrek.

Goed begin
In de regeling, die nu wordt voorbereid, zal worden gedaan alsof Groot-Brittannië de Europese Unie nog niet heeft verlaten. In eerste instantie geldt de regeling alleen dit jaar.
Werkgeversorganisatie VNO-NCW reageert tevreden op het plan van Snel. “Het overgangsrecht is een goede manier om eventuele acute problemen voor burgers en bedrijven voor te zijn”, zegt een woordvoerder. “Of de periode lang genoeg is, moet de praktijk uitwijzen. Maar het is in elk geval een goed begin.”

Veranderingen in voorlopige aanslag vennootschapsbelasting

Vanaf 1 januari 2019 is het aanslagbiljet voor de voorlopige aanslag vennootschapsbelasting gewijzigd.

De rubrieken ‘Aftrek elders belast’, ‘Verrekende deelnemingsverrekening’ en ‘Verrekende belasting buitenlandse ondernemingswinst’ vervallen. In plaats daarvan komt 1 nieuwe rubriek: ‘Totaal belastingverminderingen’.

De wijziging betreft alleen voorlopige aanslagen over het boekjaar 2019 en later.

Gemeentebelastingen tot honderden euro’s hoger in 2019

De gemeentelijke woonlasten, rioolheffing en afvalstoffenheffing en onroerendezaakbelasting zullen dit jaar ‘zeer fors’ stijgen. Dat blijkt donderdag uit het jaarlijkse onderzoek van het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO).

Het rijk verhoogt dit jaar de afvalstoffenbelasting met 139 procent. De lasten stijgen voor huurders het sterkst in Haarlem (18 procent, oftewel 59 euro) en dalen het sterkst in Assen (4,4 procent, 17 euro). De gemeentelijke woonlasten voor woningbezitters met een meerpersoonshuishouden stijgen gemiddeld met 29 euro (4,3 procent) tot 702 euro per jaar. Voor woningeigenaren in Den Haag zijn de lasten het laagst, 563 euro. In Enschede zijn ze het hoogst: 856 euro.

Afvalstoffenbelasting extra gestegen
Afvalverwerkers betalen afvalstoffenbelasting voor het vuilnis dat wordt verbrand of gestort en rekenen dat door aan gemeenten. Gemeenten maken hierdoor 3,5 tot 4,0 procent meer kosten.

Het is te verwachten dat de gemeentelijke belastingen jaarlijks omhoog gaan in verband met inflatie, maar de stijging van de afvalstoffenheffing valt op. Dat komt doordat gemeenten bezig zijn met verduurzaming.

Nog te weinig huishouden doen aan recyclen
Huishoudens moeten meer gaan recyclen en dat kost tijd. Gemeenten moeten huishoudens zover krijgen meer afval te scheiden zodat er meer wordt gerecycled en minder verbrand. Dat kost tijd en zolang moeten gemeenten de extra kosten dekken. Dit doen zij onder meer door de afvalstoffenheffing te verhogen.

Mag fiscus informatie flitspalen zelf verzamelen en gebruiken?

De Belastingdienst krijgt zelden het deksel op de neus als het tot een rechtszaak komt. Dat gebeurde vorig jaar wel toen een leaserijdster bezwaar maakte tegen een naheffing die de Belastingdienst haar had opgelegd op grond van de kentekenregistratie van flitscamera’s langs de snelweg.

De Belastingdienst had – en dit was niet algemeen bekend – toegang tot die gegevens om het privégebruik van ‘auto’s van de zaak’ te controleren. Door middel van flitspaalgegevens kon de dienst nagaan of de rittenadministratie die leaserijders overleggen klopt, dus of de auto zich op een bepaald tijdstip inderdaad bevond waar hij zich volgens de rittenadministratie had moeten bevinden.

Controle leaserijders
Leaserijders met een eigen bedrijf die minder dan 500 kilometer per jaar privé rijden in hun bedrijfsauto, mogen de autokosten aftrekken van hun winstbelasting. Het is voor de Belastingdienst moeilijk te controleren of die kilometeropgave correct is, vandaar dat de flitspaalinformatie handig van pas kwam.

Convenant fiscus en politie
De Belastingdienst sloot een convenant met de politie, waardoor de fiscus zelf direct toegang kreeg tot de kentekenregistratie van de snelwegcamera’s. De fiscus registreerde alle kentekens die de snelwegcamera’s vastlegden, legde die gegevens naast zijn lijst met zakelijke leaserijders en kwam in actie als er een ‘match’ was.

Hard oordeel Hoge Raad
Dat mag dus niet, oordeelde de Hoge Raad vorig jaar in de zaak van de vrouwelijke leaserijder. In de wet is nergens geregeld dat de fiscus op grote schaal zelf kentekengegevens mag verzamelen ten behoeve van de belastingcontrole. De Belastingdienst heeft deze gegevensverzameling na dit arrest gestaakt, maar maakt nog wel gebruik van flitspaalinformatie ten behoeve van de motorrijtuigenbelasting. Dit om te controleren of er inderdaad niet meer gereden wordt in auto’s waarvan het kenteken geschorst is. Vermoedelijk mag dit wel omdat de dienst deze informatie van de politie betrekt en niet langer zelf verzamelt.

De BTW bestaat 50 jaar!

Reden voor een feestje, of is de btw een blok aan ons been? De inmiddels 97-jarige Johan Witteveen voerde als toenmalig VVD-minister van Financiën de btw in 1969 in. Het centrumrechtse kabinet-De Jong kwam toen met een nieuwe belasting: belasting over de toegevoegde waarde, de btw dus.

“Een prachtige belasting, heel noodzakelijk en belangrijk”, zegt Witteveen in gesprek met de NOS. Er waren destijds twee tarieven: een van 4 procent voor de eerste levensbehoeften en een van 12 procent voor de andere goederen.

Vroeger heel ander systeem
Voordat de btw er was, ging het er heel anders aan toe. Toen kende Nederland een zogenoemd cumulatief cascadestelsel, waarbij ondernemers eigenlijk belasting over belasting betaalden. Witteveen legt uit dat dat systeem tot ongelijkheid tussen ondernemers leidde, zeker als de belasting voor ondernemers in de toekomst zou gaan stijgen. “De oude omzetbelasting zou de structuur van het bedrijfsleven hebben scheefgetrokken”, zegt Witteveen. Bedrijven die de productie in eigen beheer hadden, waren in het cascadestelsel voor hun omzetbelasting namelijk voordeliger uit dan bedrijven die materiaal voor hun eindproduct moesten aankopen.

Oneerlijke voorbeelden
Een fietsenverkoper bijvoorbeeld die veel onderdelen aankocht, betaalde over ieder onderdeel belasting. En over de verkoop van de fiets moest hij omzetbelasting afdragen. Terwijl een concurrent die alle onderdelen zelf maakte en monteerde alleen belasting hoefde af te dragen over de fiets.

EEG-afspraken zorgde voor basis btw-stelsel
Bovendien was een nieuw systeem volgens Witteveen om nog een andere reden nodig. “Je kunt geen gemeenschappelijke markt hebben als je niet een belasting hebt die daar op inspeelt”, zegt Witteveen. De toenmalige EEG-landen spraken af om voor 1 januari 1970 over te gaan op een ander, “eerlijker” belastingstelsel. Dat werd dus het btw-stelsel dat we nog steeds kennen. Onder dit systeem betalen ondernemers alleen belasting over de zogenoemde “toegevoegde waarde”. Die wordt betaald door de consument, maar de ondernemer draagt het geld af aan de fiscus.

Afgelopen 50 jaar enorme stijging BTW
In 50 jaar tijd steeg de opbrengst van de btw volgens het CBS van 2,6 miljard euro tot ongeveer 53 miljard euro per jaar, een vertwintigvoudiging. Na de loon- en inkomstenheffing is de btw de belangrijkste inkomstenbron voor de overheid. Hoewel het btw-systeem fundamenteel niet is veranderd, zijn de tarieven door de jaren steeds hoger geworden. De btw-tarieven zijn sinds 1 januari 2019, door de verhoging van het lage tarief, hoger dan ooit.

Oud politicus Witteveen verdedigt verhoging
Oud VVD-politicus Witteveen vindt een verhoging niet per se verkeerd. “In de situatie dat de uitgaven erg hoog zijn is het nodig de inkomsten op te voeren. Dat kan zowel op de consumptie drukkend of op het inkomen drukkend.” Een hogere belasting op consumptie is volgens Witteveen beter, “want dat ontmoedigt het werken, de inspanning en de vindingrijkheid niet”.

In welke privégegevens mag de Belastingdienst allemaal kijken?

De Belastingdienst vraagt via een kort geding om inzage in het gebruik van een Museumkaart. De kans op een overwinning voor de fiscus is groot.

Belastinginspecteurs mogen vrijwel onbeperkt rondneuzen in het privéleven van de burger, mits zij dat doen in het kader van de belastingcontrole. Dat wettelijk recht informatie op te vragen gaat verder dan alleen bank- en inkomensgegevens. De Belastingdienst kan ook navragen waar en wanneer iemand heeft geparkeerd, wanneer hij met de trein heeft gereisd en welke tentoonstellingen een houder van een museumkaart heeft bezocht.

Inzage museumbezoek?
De Belastingdienst wil inzage in het museumbezoek van een kaarthouder die op zijn belastingaangifte heeft ingevuld dat hij of zij in 2014 in het buitenland woonde. De fiscus vermoedt waarschijnlijk dat de kaarthouder wel in Nederland verbleef en hoopt dat te kunnen aantonen via diens bezoek aan Nederlandse musea. De stichting die de Museumkaart uitgeeft weigert echter aan het informatieverzoek van de fiscus te voldoen omdat dit de privacy van de kaarthouder zou aantasten. Hierover dient een kort geding bij de rechtbank van Amsterdam over dit geschil, aangespannen door de Belastingdienst.

Fiscus staat sterk
De kans dat de rechter in het voordeel van de Belastingdienst beslist is groot. De wet geeft de fiscus ruime bevoegdheden om informatie op te vragen. Dat moet ook wel, anders kan de dienst zijn werk niet goed doen. De fiscus moet immers kunnen controleren of de ingevulde belastingaangifte waarheidsgetrouw is. Daarvoor moeten belastingambtenaren ook gegevens bij derden kunnen opvragen. Om te bepalen of iemand in aanmerking komt voor huurtoeslag moet de belastingdienst kunnen nagaan welk inkomen die persoon geniet en hoeveel huur hij betaalt, of hij samenwoont en zo ja: welk inkomen die partner dan heeft.

Bedrijven moeten verplicht meewerken
Alle bedrijven en instellingen die over fiscaal relevante gegevens van belastingplichtigen beschikken, zijn verplicht die gegevens zeven jaar te bewaren. Ook burgers die bepaalde kosten van de belasting aftrekken, moeten vijf jaar later nog kunnen aantonen dat die aftrekpost gerechtvaardigd was. Zij zijn er zelf verantwoordelijk voor dat zij de bewijsstukken al die tijd bewaren. In 2013 kregen sommige Nederlanders daarmee te maken toen de Belastingdienst hun vroeg bewijs te overleggen van in 2011 gemaakte treinreiskosten. De Nederlandse Spoorwegen bleken de ov-chipkaartgegevens maar anderhalf jaar lang te bewaren, waardoor de belastingplichtigen die hun ov-chipkaartgegevens niet hadden opgeslagen en bewaard een naheffing opgelegd kregen.

Een crediteur die een schuldregeling weigert kan worden veroordeeld in de kosten van een proces

Het bekende uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser vrijstaat om te verlangen dat 100 % van zijn vordering, met rente en incassokosten, wordt voldaan. Als een schikkingsaanbod voorziet in een aanzienlijk lagere uitdeling op een uitstaande vordering dan zal de crediteur weigeren. Maar ons recht kent het zogenaamde dwangakkoord (in artikel 287a van de Faillissementswet) als het gaat om een debiteur die in een problematische schuldensituatie verkeert. Een ondernemer kan zelf in zo’n crediteurenpositie zitten, maar natuurlijk omgekeerd ook zelf zo’n debiteur zijn. De vraag die de rechter zich dan stelt is: Worden door de weigering de belangen van de overige schuldeisers en van verzoeker geschaad ? En zo ja, hebben die belangen dan voorrang boven de belangen van de crediteur?

Recente zaak
In een recente zaak overwoog de Rechtbank te Utrecht dat het schikkingsaanbod aan de schuldeisers het maximum haalbare was in deze omstandigheden. En dat de crediteur alleen maar minder zou kunnen krijgen, als het aan zou komen op een wettelijke schuldsaneringsprocedure van drie jaar lang. Dit is een zeer belangrijk gegeven in de dwangakkoord-afweging.

Belangenafweging
Volgens de crediteur (een verhuurder) zou de debiteur – zodra hij tot de arbeidsmarkt is toegetreden – aan zijn schuldeisers een hoger aanbod kunnen doen. De rechtbank was echter van oordeel dat dit niet erg aannemelijk was: het vinden van betaald werk op grond van het problematische verleden van de debiteur, zijn situatie en zijn leeftijd was onwaarschijnlijk (hij was bijna 66 jaar). Redelijkerwijs was dus niet te verwachten dat hij voor zijn schuldeisers echt meer zou kunnen sparen. Er waren ook geen vermogensbestanddelen meer aanwezig die iets zouden kunnen opleveren. De crediteur kon daarom in redelijkheid worden verplicht om aan het akkoord mee te werken, en de rechtbank wees het verzoek dwangakkoord toe.

Leeftijd kan meespelen in proceskostenveroordeling
Ook was verzocht om de crediteur te veroordelen in de kosten van de procedure. Lid 6 van artikel 287a Faillissementswet geeft daar een wettelijke grondslag voor. In de omstandigheden van dit geval waar evident is dat verzoeker binnenkort de pensioengerechtigde leeftijd bereikt en waarin de verhuurder niet heeft gemotiveerd waarom de debiteur nog zou beschikken over vermogen, is de rechtbank van oordeel dat voor de verliezende partij een veroordeling in de proceskosten moet worden uitgesproken. De rechtbank beschouwt de wettelijk verplichte begeleiding in de minnelijke schuldhulpverlening als een soort rechtsbijstand en knoopt dus aan bij het tarief van de verplichte procesvertegenwoordiging, in dit geval ruim € 600,-. Deze uitleg vormt een extra prikkel voor crediteuren om in ieder geval op gemotiveerde wijze een schikking te weigeren en om hun knopen goed te tellen alvorens het op een behandeling van een verzoekschrift dwangakkoord aan te laten komen.

Besluit uitfasering pensioen in eigen beheer directeur-grootaandeelhouders: verlenging termijn insturen informatieformulier

Bij afkoop of omzetting van pensioenrechten hebben directeur-grootaandeelhouders voortaan een jaar de tijd om het informatieformulier in te sturen. Dit staat in het besluit dat op 31 oktober 2018 is gepubliceerd in de Staatscourant. Het besluit maakt het ook mogelijk om (ex-)partners het informatieformulier alsnog te laten ondertekenen.

De belastingdienst verlengt de termijn voor het insturen van het ‘informatieformulier Afkoop of omzetting van pensioen in eigen beheer’ tot een jaar. Directeur-grootaandeelhouders die vóór 13 december 2017 hun pensioenvoorziening in eigen beheer hebben afgekocht of omgezet, kunnen het informatieformulier ook nog insturen. Het moet dan uiterlijk op 12 december 2018 binnen zijn.

Ondertekening door (ex-)partner
Als het informatieformulier ten onrechte niet door de (ex-)partner is ondertekend, dan ontvangt u een verzoek van ons. In dit verzoek stelt de inspecteur de (ex-)partner alsnog in de gelegenheid dit formulier te ondertekenen. De inspecteur stelt hiervoor een termijn van tenminste 6 weken.

Einde aan onzekerheid
Tot en met 2019 geldt een regeling waarbij directeur-grootaandeelhouders de mogelijkheid hebben om hun pensioenvoorziening in eigen beheer met een fiscale korting af te kopen. Veel informatieformulieren kwamen te laat of zonder handtekening van de (ex-)partner binnen. Het besluit maakt een einde aan de onzekerheid bij directeur-grootaandeelhouders of ze dan nog wel recht hebben op deze regeling. Is het informatieformulier – juist en volledig ingevuld – binnen de verlengde termijn aangeleverd, dan komt de afkoop of omzetting van het pensioen in eigen beheer (toch) in aanmerking voor de fiscale korting. Voorwaarde is wel dat de aangifte loonheffingen op tijd en volledig is ingediend en dat de loonheffingen op het afkoopbedrag zijn betaald.

Papieren aandeelhoudersregister is vaak niet op orde

De aandeelhoudersregistratie van bedrijven is vaak niet actueel, onvolledig, onjuist of zelfs kwijt. Dit blijkt uit een peiling van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB). Van de 708 deelnemende (kandidaat-)notarissen geeft 34 procent aan dat dit ‘regelmatig’ het geval is. Nog eens 35 procent zegt ‘vaak’ en 16 procent zelfs ‘heel vaak’.

CAHR?
De Tweede Kamer is begonnen aan de behandeling van het initiatiefwetsvoorstel voor een centraal aandeelhouders­register (CAHR). Het CAHR geeft inzicht in wie schuil gaan achter bv’s en niet-beursgenoteerde nv’s en levert hierdoor een waardevolle bijdrage aan voorkoming en bestrijding van financieel-economische criminaliteit door middel van rechtspersonen. Het CAHR dient mede de rechtszekerheid, omdat er – zoals uit de peiling blijkt – geregeld iets mis is met de aandeelhoudersregistratie van vennootschappen. Het CAHR heeft een belangrijke toegevoegde waarde ten opzichte van het UBO-register. Dit register wordt gedeeltelijk openbaar. Veel bedrijven – met name familiebedrijven – maken zich zorgen over deze openbaarheid.

Lobby
Voor de lobby heeft de KNB de leden een paar vragen gesteld. Hoe vaak herstructureren cliënten – met het UBO-register in zicht – hun bedrijf om registratie in dat register te voorkomen? En hoe vaak is er iets mis met het huidige aandeelhoudersregister, het zogenoemde klappertje? 22 procent van de beroepsgroep nam deel aan de peiling. 62 procent van de ondervraagden maakt ‘soms’ tot ‘heel vaak’ mee dat cliënten herstructurering overwegen, in gang zetten of hierover advies vragen om registratie in het UBO-register te voorkomen. De KNB denkt dat dit toeneemt als het UBO-register wordt ingevoerd en zal daarom in een later stadium opnieuw peilen.