Forse belastingverhoging nodig om van aardgas af te komen

Er is een belastingverhoging van ongeveer 75 procent nodig om particulieren, bedrijven en woningcorporaties zo ver te krijgen dat ze hun woning en bedrijfsgebouwen van het aardgas afkoppelen. Om de aanschaf van elektrische warmtepompen financieel aantrekkelijk te maken, moet de belasting op stroom juist met meer dan 50 procent omlaag.

Aanpassing tarieven energiebelasting
Het Klimaatakkoord moet ervoor zorgen dat de Nederlandse uitstoot van broeikasgassen in 2030 met 49 procent gedaald is. Kleinverbruikers betalen sinds de invoering van de energiebelasting 26 cent per kubieke meter aardgas en 10,5 cent voor elk kilowattuur stroom. In het voorstel van Samsom gaat de gasbelasting de komende jaren met 20 cent omhoog en de stroomheffing met 6,5 cent omlaag. De klimaattafel wil dat de energiebelasting voor grootverbruikers procentueel evenveel stijgt als die voor kleinverbruikers. Grootverbruikers hebben nu een belastingtarief van 1 tot 6 cent per kubieke meter.

Warmtepompinstallatie
De overstap van aardgas naar een warmtepompinstallatie is duur, omdat bestaande woningen hiervoor verbouwd moeten worden. De onderhandelaars verwachten dat de kosten voor een warmtepomp snel zullen dalen naarmate de warmtepomp massaal op de markt wordt gebracht.

Nederlandse klimaatakkoord
Samsom is door Minister Eric Wiebes van Economische Zaken en Klimaat aangewezen als onderhandelaar voor het Nederlandse klimaatakkoord. Het adviesorgaan bestaat uit onder meer gemeenten, milieuorganisaties, woningcorporaties, huiseigenaren, energie-, bouw- en installatiebedrijven, vakbonden en banken. Uiteindelijk is het aan de Tweede Kamer of de voorstellen van Samson en andere onderdelen uit het Klimaatakkoord ook echt wordt uitgevoerd.

Geen enkele boete voor nep-zzp’ers uitgedeeld

Het vorige kabinet, Rutte II, bedacht de Wet DBA om een einde te maken aan ‘schijnzelfstandigheid’, maar er is de afgelopen twee jaar geen enkel bedrijf beboet voor het inhuren van zogenoemde ‘schijnzelfstandigen’. In mei 2016 kwam er een wet om de inhuur van nep-zzp’ers beter en vaker te kunnen bestraffen.

Bedrijven vonden de wet onduidelijk en waren bang dat er veel boetes zouden worden uitgedeeld. Daarom besloot het vorige kabinet om nog niet voluit te handhaven. Wel zouden „evident kwaadwillende” bedrijven beboet worden. Het huidige kabinet zette die lijn voort.

Onderzoeken belastingdienst
De Belastingdienst zegt dat het sindsdien 49 onderzoeken heeft ingesteld naar „mogelijke evident kwaadwillenden”. In 38 gevallen kon de fiscus het bewijs niet leveren en werd het onderzoek gestaakt. Elf onderzoeken lopen nog. De Belastingdienst is van plan om op korte termijn meer controles uit te voeren. De fiscus moet van het kabinet straks niet alleen „evidente” maar ook „opzettelijke” schijnzelfstandigheid kunnen bewijzen.

Voordelen zzp-er voor opdrachtgever
Voor bedrijven is het goedkoop om zzp’ers in te huren omdat ze voor hen geen premies voor pensioen of sociale lasten hoeven te betalen. Ook hebben ze dan niet te maken met de relatief strenge ontslagregels in Nederland. Volgens onderzoek van Oeso, de club van rijke landen, voldoet zo’n 15 procent van de Nederlandse zzp’ers aan de kenmerken van een schijnzelfstandige. Bijvoorbeeld omdat ze maar één opdrachtgever hebben en niet vrij zijn in hun bedrijfsvoering.

Steeds meer schenkers sluiten zich aan bij het Cultuurfonds

Het Prins Bernhard Cultuurfonds, dat al bijna tachtig jaar de motor van cultureel Nederland draaiende houdt met de ondersteuning van duizenden mooie en bijzondere projecten per jaar, is adviseur in filantropie voor particulieren, ondernemers en bedrijven.

Mecenaat op Maat 
Speciaal voor cliënten die nauwer betrokken willen zijn bij hun schenking en de besteding daarvan, heeft het Cultuurfonds het zogenoemde Mecenaat op Maat ontwikkeld. “Dan is de schenker nog nadrukkelijker betrokken bij de besteding van zijn geld. Als Cultuurfonds doen we dan een bestedingsvoorstel voor een of meer projecten. De mecenas denkt actief mee welk project het beste past bij zijn ideeën en op welke manier hij betrokken wil worden.” Ook als de mecenas er niet meer is, blijft de administratieve ondersteuning beschikbaar.

Regeling onderhoud monumentenpanden gaat veranderen

Den Haag erkent het belang van de financiële ondersteuning voor onderhoud aan rijksmonumenten; “dit erfgoed is een onmisbare bouwsteen voor de samenleving”. Bij afschaffing van de fiscale aftrek voor onderhoud aan rijksmonumenten dient er dus een andere maatregel in de plaats te komen teneinde onderhoud aan aan ons erfgoed aantrekkelijk te houden en mogelijk te maken. Het erfgoed moet immers in stand blijven.

Subsidieregeling
Het idee is nu om de fiscale aftrek om te vormen naar een subsidieregeling. Hierbij zal de focus komen op monumentale elementen enerzijds en anderzijds zal getoetst worden op de kwaliteit van het onderhouden. Dat laatste is nu niet het geval en verder wordt nu ook fiscale aftrek verleend voor onderhoud aan Cv-installaties en dergelijke. De focus gaat gericht worden op puur behoud van de historische waarden en dus de historische elementen.

Fiscale aftrek verdwijnt per 2019
Deze subsidieregeling wordt gezien als beter en meer gericht op het doel: behoud van het erfgoed. Daarom komt de fiscale aftrek voor onderhoud aan monumenten per 1 januari 2019 te vervallen en wordt deze door een subsidieregeling.

Nieuwe regeling
Er komt dan één nieuwe regeling voor onderhoud. Deze geldt voor zowel alle huidige als toekomstige eigenaren van rijksmonumenten. Ten behoeve van de instandhouding van het monumentale pand kunnen de eigenaren een beroep doen op de subsidie. Deze zal dan maximaal 35% van de instandhoudingskosten bedragen die worden gemaakt bedragen. Dit zou gelijkwaardig zijn aan de huidige tegemoetkoming via de fiscale aftrek.
Dus is er nog onderhoud dat niet onder de “instandhoudingseis” zal vallen dan is het goed daar dit jaar nog werk van te maken.

Fiscus keert kinderopvangtoeslag uit voor recordaantal kinderen

De Belastingdienst heeft vorig jaar voor 882.000 kinderen kinderopvangtoeslag uitgekeerd. Dat is het hoogste aantal ooit.

Het aantal kinderen waarvoor de toeslag uitbetaald werd, steeg in 2017 met 64.000 ten opzichte van het voorgaande jaar. Hoewel het aantal kinderen in de dagopvang en op de buitenschoolse opvang (bso) afgelopen jaar steeg, werden er ongeveer evenveel kinderen als in 2016 door erkende gastouders opgevangen.

Ruim 62 procent van de huishoudens die vorig jaar kinderopvangtoeslag ontvingen, heeft een inkomen dat tot de 30 procent hoogste inkomens in Nederland gerekend kan worden. Het gaat dan ook vooral om tweeverdieners. Om de toeslag te krijgen, moeten beide partners werken, een opleiding of een traject naar werk volgen, of aan een inburgeringscursus deelnemen.

In totaal keerde de fiscus in 2017 ruim 2,3 miljard euro aan kinderopvangtoeslag uit aan bijna 583.000 huishoudens. Gemiddeld ging het om een bedrag van 4.000 euro.

Onjuist gebruik btw-identificatie van zzp-ers

De Belastingdienst mag niet langer het bsn-nummer verwerken in het btw-identificatienummer van zzp’ers. De Autoriteit Persoonsgegevens heeft na een onderzoek vastgesteld dat het in strijd is met de wet, en wil dat de fiscus er per 1 januari mee stopt. Als dat niet gebeurt, dan kan de Belastingdienst een dwangsom krijgen opgelegd.

Zzp’ers moeten hun btw-identificatienummer vermelden op hun facturen en op hun website. Het nummer is toegekend door de Belastingdienst, die het heeft opgebouwd uit het burgerservicenummer (bsn), voorafgegaan door “NL” en de toevoeging “B”, plus een volgnummer.

De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) stelt dat het bsn vertrouwelijk is en alleen is bedoeld voor communicatie tussen overheid en burger.

Door het nummer bij zzp’ers openbaar te maken, zadelt de Belastingdienst hen op met het risico van identiteitsfraude. In combinatie met andere persoonsgegevens, zoals woonplaats, geboortedatum en bankrekeningnummer, kunnen fraudeurs op naam van de zzp’er bijvoorbeeld bestellingen doen, een auto huren of goederen te koop aanbieden op internet, zonder die na betaling te leveren.

Zelfstandigen en schuldhulp …

Wat te doen als je als zelfstandige met je onderneming in zwaar weer terechtkomt en de schulden je zelfs boven het hoofd groeien ? Kan je dan aanspraak maken op een vorm van hulpverlening ? Op grond van de individuele omstandigheden kan wel de toegang tot de schuldhulp worden geweigerd, maar het enkele feit dat sprake is van een onderneming is onvoldoende om geen schuldhulpverlening aan te bieden. Gemeenten vinden soms dat zij ondernemers niet hoeven toe te laten tot schuldhulpverlening omdat het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz 2004) passend en toereikend is. Het Bbz 2004 is een bijzondere bijstandsregeling voor startende en gevestigde zelfstandigen bedoeld als tijdelijk sociaal vangnet.

Toets van levensvatbaarheid
Als een zelfstandige met schulden bij de gemeente voor hulp aanklopt, stelt de gemeente in het kader van het Bbz eerst vast of die schulden de continuïteit van het bedrijf bedreigen en of het bedrijf nog levensvatbaar is. Als het bedrijf levensvatbaar is, maar door schulden in de problemen is gekomen, kan de gemeente de Bbz-regeling inzetten, bijvoorbeeld door een lening voor herfinanciering te verstrekken. Kern van de regeling is dat het bedrijf van de gevestigde zelfstandige of het op te starten bedrijf levensvatbaar moet zijn. Als het inzetten van het Bbz niet tot de mogelijkheden behoort, komt de schuldhulpverlening door de gemeente in beeld. Dan bestaan verschillende vormen van dienstverlening, opdat de zelfstandige op termijn zijn financiën weer verantwoord zelf ter hand kan nemen, bijvoorbeeld stabilisatie, budgetadvies/-beheer of het treffen van een schuldregeling met schuldeisers. Als het gaat om het treffen van een schuldregeling mag van de schuldenaar worden verwacht dat hij geen nieuwe schulden maakt en dat hij een (in zekere mate) stabiel inkomen heeft waarmee hij een deel van zijn schulden kan aflossen. Voor mensen met een onderneming kan het lastig zijn aan deze voorwaarden te voldoen.

Cijfers stoppende zelfstandigen en schuldhulp aan ondernemers
De Staatssecretaris heeft geen cijfers beschikbaar omtrent het aantal (voormalige) zelfstandigen dat – om aanspraak te maken op gemeentelijke schuldhulpverlening – is gedwongen te stoppen met zijn of haar bedrijf, en welk deel van hen vervolgens aan de slag kon gaan als werknemer in loondienst. Deze gegevens worden voor de gemeentelijke schuldhulp niet op landelijk niveau geregistreerd. Binnen de wettelijke schuldsaneringsprocedure (het mogelijke vervolgtraject bij de rechtbank) vindt wel registratie plaats van het aantal (ex-) ondernemers. In gemiddeld 20% van de schuldsaneringsprocedures gaat het om een (ex-) ondernemer (circa 1600 gevallen). Het overgrote merendeel hiervan moest de onderneming beëindigen en is als werknemer in loondienst aan de slag gegaan. De mediane schuldenlast bij (ex)ondernemers in 2016 bedroeg: € 97.783.

Gedwongen stopzetting onderneming en arbeidsparticipatie
De gemeentelijke schuldhulpverlening is erop gericht om samen met de schuldenaar een oplossing te vinden, via gezamenlijke inspanningen om de (arbeids)participatie van de schuldenaar te behouden of te verhogen. Iemand verplichten om een onderneming, indien deze rendeert, stop te zetten, staat hier haaks op. Sommige ondernemingen vragen echter om voortdurende investeringen. Het tegelijk maken van schulden, in de vorm van investeringen in het bedrijf, staat op gespannen voet met de belangen van de schuldeisers, die later in een schuldsanering mogelijk een (aanzienlijk) deel van hun vordering zien kwijtgescholden. Als het de aard van de onderneming / de conjunctuur in de branche is (of de schuldenaar als leidinggevende !) die de oorzaak is van de problematische schuldensituatie, dan is een voortzetting ook een continuering van het ontstaan van (meer) schulden. In die situatie kan het redelijk zijn dat de schuldhulp stopzetting van de bedrijfsactiviteiten verlangt, indien de onderneming niet rendeert. Ook budgetcoaching is een vorm van schuldhulp. Het Bbz biedt voor een deel van de  zelfstandigen – bij levensvatbaarheid van de onderneming – dus een passende oplossing. Een ander deel zal meer geholpen zijn met de reguliere dienstverlening in de schuldhulpverlening. Het is in de ogen van de Staatssecretaris aan de gemeenten om hierin een beslissing te nemen.

De Belastingdienst voldoet pas over een jaar aan privacywet

De Belastingdienst denkt pas over een jaar aan de nieuwe privacywet te kunnen voldoen. Dat schrijft staatssecretaris Menno Snel (D66) in antwoord op Kamervragen van Pieter Omtzigt. De CDA’er stelde vragen nadat bleek dat de deadline voor de overheidsinstantie niet zou worden gehaald.

De nieuwe privacywet ging 25 mei van kracht. De Europese verordening kwam niet als een duveltje uit een doosje. Het voorstel stamt al uit 2012. Na jaren onderhandelen werden de regels begin 2016 aangenomen. Daarop volgde nog een implementatieperiode van ruim twee jaar.

Naast de fiscus, komen meer overheidsorganenen er niet best vanaf wat hun voorbereiding betreft. Uit een rondgang van RTL bleek dat op de deadline van eind mei tien van de twaalf ministeries nog niet klaar zijn voor de wet. Alleen de ministeries van Defensie en Onderwijs, Cultuur en Wetenschap hadden hun zaakjes op orde. De toezichthouder zelf, de Autoriteit Persoonsgegevens, maakt zich nog zorgen over z’n budget.

Verwerkingsregister

Uit de antwoorden van Snel blijkt dat de Belastingdienst wel al een verwerkingsregister heeft gemaakt – een vereiste uit de wet. In zo’n register staat welke gegevens allemaal worden verwerkt en op welke wettelijke grondslag dat gebeurt. Ook is “extra capaciteit” voor verzoeken tot inzage en correctie.

In de privacywet staat dat mensen kunnen opvragen welke gegevens een organisatie precies over ze heeft. Ze krijgen daar dan een overzicht van per mail of post. Dit stond al in de vorige privacywet uit 2000: de wet bescherming persoonsgegevens. Maar toen een advocaat van het Amsterdamse kantoor Boekx de proef op de som nam, bleek de fiscus niet in staat om hem een overzicht van zijn gegevens te sturen. Pas nadat de rechtbank de advocaat gelijk gaf, viel er in januari van dit jaar een dikke envelop met zijn gegevens op z’n deurmat.

Bron: nrc

EU stelt vanaf juli extra tarieven in op Amerikaanse producten

De Europese Unie zal vanaf juli extra importbelasting heffen op producten uit de VS als vergelding voor de Amerikaanse importheffingen op staal en aluminium.

Er is binnen de EU brede steun voor het plan, meldt de Europese Commissie woensdag. Voor het einde van juni zou de procedure bij de Wereldhandelsorganisatie (WTO) moeten zijn afgerond, zodat de heffingen in juli kunnen ingaan.

Het gaat om 2,8 miljard euro aan import vanuit de Verenigde Staten. Onder meer op pindakaas, motorboten, motoren en rijst uit de VS gaat een extra tarief van 25 procent gelden. De volledige lijst is op de site van de Europese Commissie te vinden. 

Volgens de EU raken de Amerikaanse importheffingen 6,4 miljard euro aan Europese export. Het verschil van 3,6 miljard euro wordt mogelijk op een later moment geschikt via de WTO, aldus de commissie.

Illegale beslissing

Eurocommissaris Cecilia Malmström (Handel) noemt de maatregelen van de EU een proportioneel antwoord op de eenzijdige en illegale beslissing van de VS. “Verder is de reactie van de EU volledig in overeenstemming met internationale handelswetten. Het spijt ons dat de Verenigde Staten ons geen andere optie heeft gegeven dan de EU-belangen te bewaken.”

Op 31 mei liet de Amerikaanse president Donald Trump na een tijdelijke vrijstelling van twee maanden alsnog importheffingen ingaan op staal en aluminium uit de Europese Unie, Canada en Mexico. Om staal en aluminium te importeren, wordt nu respectievelijk 25 procent en 10 procent importbelasting betaald.

Volgens de Amerikaanse regering vormt geïmporteerd staal een veiligheidsrisico, maar analisten twijfelen hieraan.

Bron: NU.nl

Organisaties starten petitie tegen afschaffing dividendbelasting

Organisaties als FNV, Milieudefensie en Oxfam Novib houden een petitie tegen het afschaffen van de dividendbelasting en willen daarover een wetsvoorstel indienen.

Het samenwerkingsverband heet Tax Justice Nederland en is donderdag begonnen met een campagne rondom de petitie.

“1,5 miljard euro weggeven aan buitenlandse aandeelhouders en buitenlandse belastingdiensten, jaar in, jaar uit. Niemand heeft daarom gevraagd, behalve de lobbyisten van Shell, Unilever en VNO-NCW”, aldus Arnold Merkies van Tax Justice. “Nu blijkt de onderbouwing bovendien te zijn gebaseerd op een rapport dat achter de schermen door deze partijen is gefinancierd.”

De organisaties denken ook niet dat het besluit tot meer banen leidt en dat afschaffing de belastingconcurrentie tussen landen versterkt. “Nederland heeft internationaal al een slecht imago als belastingparadijs.”

Het dividend is het gedeelte van de winst dat een bedrijf uitbetaalt aan zijn aandeelhouders. Op die uitkering wordt een belasting geheven van 15 procent. Buitenlandse beleggers kunnen de heffing niet verrekenen, althans niet met de Nederlandse fiscus. Afschaffing kan het dus aantrekkelijker voor hen maken om in Nederlandse beursgenoteerde bedrijven te beleggen.

Bron: NU.nl