Deel internationale 'rulings' nooit langs speciaal team Belastingdienst

Een deel van de afspraken tussen de Belastingdienst en internationaal opererende bedrijven zijn goedgekeurd zonder ooit te zijn gezien door het speciale team van de Belastingdienst voor afspraken met het internationale bedrijfsleven. Uit cijfers van de Belastingdienst blijkt volgens Trouw dat van de 4000 deals er maar 3200 door het team zijn goedgekeurd.

Deze week kondigde het kabinet aan te gaan onderzoeken of bij ruim 4000 belastingdeals de juiste procedures zijn gevolgd. Het gaat om zogeheten ‘rulings’ die de Belastingdienst maakt met bedrijven en organisaties, zodat zij vooraf weten hoeveel belasting ze in Nederland moeten betalen.

Het betekent niet dat de overige 800 deals langs het speciale team hadden moeten gaan. Volgens een woordvoerder van de Belastingdienst bestaan er ook afspraken met internationale bedrijven, waarop deze procedure niet van toepassing is.

Procter & Gamble

Om te voorkomen dat bedrijven over de gemaakte winst van meerdere landen een belastingaanslag krijgen, heeft Nederland met allerlei landen afspraken gemaakt over welke geldstromen onder welke belastingafspraak vallen. Het ruling-team van zo’n tachtig man in Rotterdam beslist uiteindelijk of de constructie volgens de regels is.

Uit de Paradise Papers, onder andere in handen van Trouw en FD, kwam al eerder naar voren dat de Belastingdienst fouten heeft gemaakt bij een miljoenendeal met het Amerikaanse bedrijf Procter & Gamble. De multinational sluisde geld via Nederland door naar de Kaaimaneilanden.

Een lokale belastinginspecteur in Rotterdam gaf in zijn eentje toestemming voor die deal, terwijl hij dat had moeten voorleggen aan het speciaal team van de fiscus.

Bron: nos

Teeven stuurt wetsvoorstel elektronische detentie naar Tweede Kamer

Staatssecretaris Teeven van Veiligheid en Justitie wil dat gedetineerden alleen buiten de penitentiaire inrichting kunnen verblijven als ze zich goed gedragen. Ook wil hij dat ze buiten de inrichting onder elektronisch toezicht staan. Dit betekent dat bestaande externe vrijheden voor gedetineerden, zoals het penitentiair programma en het penitentiair verlof, gaan verdwijnen. Alleen het incidenteel verlof blijft gehandhaafd. Een en ander blijkt uit het wetsvoorstel elektronische detentie dat vandaag bij de Tweede Kamer is ingediend.

De bewindsman schrijft in zijn reactie op het advies van de Raad van State dat de detentiefasering weliswaar wordt afgeschaft, maar dat zijn maatregel degelijk is onderbouwd. Hij is het dus niet eens met de Raad van State. Met de maatregel wordt juist ingezet op een goede voorbereiding op de terugkeer naar de samenleving. Bovendien sluit het wetsvoorstel aan bij het stelsel van ‘promoveren en degraderen’, dat inhoudt dat goed gedrag kan worden beloond en verkeer gedrag kan worden gecorrigeerd.

De voorbereiding van gedetineerden op hun terugkeer in de samenleving vraagt allereerst de inzet van de gedetineerde zelf. Teeven legt daarom meer nadruk op de eigen verantwoordelijkheid van de gedetineerde, diens gedrag en motivatie. Maar hierbij wordt rekening gehouden met de veiligheid van de samenleving en de belangen van slachtoffers en nabestaanden. Tijdens de elektronische detentie is sprake van een zinvolle dagbesteding in de vorm van arbeid of deelname aan (gedrags) trainingen onder begeleiding van de reclassering.

Wetenschappelijke inzichten over straffen laten zien dat gecontroleerde terugkeer naar de samenleving effectief kan zijn als deze wordt gecombineerd met activiteiten gericht op gedragsverandering. In de huidige detentiefasering is dit niet het geval, maar bij de invoering van elektronische detentie juist wel.

Betrokkenen moeten de handen uit de mouwen steken en zelf werk of een opleiding vinden. Als dat (nog) niet is gelukt, worden ze waar mogelijk ingezet voor dienstverlening ten behoeve van de samenleving zoals onderhoud aan overheidsgebouwen en monumenten. Gaat het mis of houdt betrokkene zich niet aan de regels, dan eindigt de elektronische detentie en volgt insluiting in een penitentiaire inrichting.

In de ogen van de bewindsman dient daarom in het belang van de samenleving te allen tijde toezicht te worden gehouden op veroordeelden aan wie het verblijf buiten de penitentiaire inrichting is toegestaan. Door de toepassing van elektronische detentie wordt voorzien in aanvullende waarborgen voor een veilige en op beperking van de recidive gerichte executie van vrijheidsstraffen.

Met de toepassing van elektronische detentie kan naar het oordeel van de bewindsman een besparing van € 16 miljoen op verantwoorde wijze worden gerealiseerd, als onderdeel van het Masterplan DJI 2013-2018.

Bron: Ministerie van Justitie

Opstelten en Teeven willen opgelegde straf direct uitvoeren

Verdachten die door de rechtbank tot ten minste één jaar gevangenisstraf zijn veroordeeld, moeten straks direct hun straf ondergaan en komen dus niet op vrije voeten in afwachting van hoger beroep. Dit blijkt uit het wetsvoorstel dadelijke tenuitvoerlegging van minister Opstelten en staatssecretaris Teeven van Veiligheid en Justitie, dat vandaag voor advies naar verschillende instanties is gestuurd. De maatregel vloeit voort uit het regeerakkoord.

Voor de geloofwaardigheid van het strafrecht is het van groot belang dat een strafrechtelijke beslissing zo snel mogelijk wordt uitgevoerd. Nu gebeurt dat pas nadat het vonnis onherroepelijk is geworden. Strafrecht moet herkenbaar zijn, krachtig en op maat, aldus de bewindslieden. Dit vereist dat zaken correct en tijdig worden afgehandeld en dat straffen daadwerkelijk ten uitvoer worden gelegd. 

Het komt regelmatig voor dat een crimineel na zijn veroordeling in eerste aanleg pas veel later (soms ook jaren later) in de cel belandt om zijn straf uit te zitten. Veroordeelden blijken onvindbaar, als de executie van de straf te lang op zich laat wachten. Dit alles leidt regelmatig tot onbegrip en frustratie bij slachtoffers en nabestaanden. Het is ook slecht voor het vertrouwen in de strafrechtketen. Daarom is de inzet dat elke straf die de rechter oplegt, ook daadwerkelijk ten uitvoer moet worden gelegd. Hierdoor zal het aantal openstaande (nog niet uitgevoerde) vrijheidsstraffen dalen. 

De huidige praktijk laat zien dat veel veroordeelden in afwachting van hun hoger beroep in voorlopige hechtenis zitten. Er is echter een groep van veroordeelden die niet gedetineerd is, terwijl de berechting in hoger beroep nog loopt. Dankzij de dadelijke tenuitvoerlegging kan straks ook voor deze groep de gevangenisstraf direct beginnen. Zo wordt verzekerd dat zij ook daadwerkelijk hun straf ondergaan.

Bij de keuze voor de dadelijke tenuitvoerlegging laten de bewindslieden twee factoren zwaar meewegen: de belangen van slachtoffers en nabestaanden van misdrijven en het belang van de samenleving bij straffen die ook daadwerkelijk worden uitgevoerd. 

Daarnaast hebben de bewindslieden  zeker ook oog voor het belang van de individuele verdachte. De tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf kan niet worden teruggedraaid als na een eerste veroordeling later in hoger beroep toch vrijspraak volgt. Daarom voorziet het wetsvoorstel ook in een regeling voor de vergoeding van schade van (achteraf) ten onrechte ondergane detentie. Overigens geldt voor het overgrote deel van de verdachten dat hun straf in eerste aanleg in hoge mate overeenkomt met de straf in hoger beroep.

Verder krijgt de rechter de mogelijkheid om de dadelijke tenuitvoerlegging op te schorten of te schorsen, bijvoorbeeld in verband met zwaarwegende persoonlijke omstandigheden van de verdachte.

Bron: Ministerie van Justitie

Kabinet verzacht vermogensinkomensbijtelling

De ministerraad heeft er op voorstel van staatssecretaris Van Rijn van Volksgezondheid, Welzijn en Sport mee ingestemd om de effecten van de vermogensinkomensbijtelling voor de eigen bijdrage AWBZ en Wmo te verzachten.

Cliënten die nog niet de AOW-gerechtigde leeftijd hebben en in een AWBZ-instelling verblijven, krijgen per 1 januari 2014 een extra vrijstelling van 10.000 euro bij het bepalen van de eigen bijdrage. Met deze verzachting bedraagt de vrijstelling van het vermogen voor een eenpersoonshuishouden circa 31.000 euro.

Voor alle cliënten die AWBZ-zorg ontvangen of een individuele Wmo-voorziening wordt geregeld dat uitkeringen voor letselschade en bepaalde eenmalige uitkeringen niet meetellen bij het vermogen in box 3 van de inkomstenbelasting. Dit gebeurt met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2013.

Bron: Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Afgifte lichaamsmateriaal. Druppel bloed persoonsgegeven idzv Wet bescherming persoonsgegevens

Een druppel bloed is een persoonsgegeven als bedoeld in de wet bescherming persoonsgegevens. Zo blijkt uit een uitspraak van 25 juli 2013. Centrale overweging 2.3. ‘Ter zitting is gebleken dat partijen het er over eens zijn dat de Wjsg geen wettelijke grondslag biedt voor de beoordeling van het verzoek om afgifte van het lichaamsmateriaal. De rechtbank ziet geen reden daar anders over te denken. Eiseres heeft ter zitting naar voren gebracht dat de Wet op de lijkbezorging het toepasselijk wettelijk kader zou kunnen vormen.  Gesteld is dat het lichaamsmateriaal is afgenomen onder de Wet op de lijkbezorging en dat die wet van toepassing blijft op dit materiaal. De rechtbank is van oordeel dat de omstandigheid dat de druppel bloed is afgenomen in het kader van het onderzoek naar de doodsoorzaak, zoals bedoeld in Wet op de lijkbezorging, niet inhoudt dat op het onderhavige verzoek om afgifte van het lichaamsmateriaal die wet ook van toepassing is. De Wet op de lijkbezorging voorziet niet in een dergelijke regeling en kent evenmin aan de OvJ de bevoegdheid toe om te beschikken over genetisch materiaal dat is achtergebleven nadat het lichaam is vrijgegeven voor begrafenis of crematie, zoals bedoeld in artikel 12 van de Wet op de lijkbezorging. De rechtbank komt, mede gelet hierop, tot de conclusie dat de Wet bescherming persoonsgegeven (Wbp) het toetsingskader vormt voor het verzoek van eiseres.’

Zij zal zich tot de civiele rechter moeten wenden. Bezwaar terecht niet ontvankelijk verklaard. Essentie uit uitspraak ECLI:NL:RBROT:2013:5406 Rechtbank Rotterdam, 25-07-2013, AWB-12_03852

Bron: Juridisch Dagblad

Uitleg Hoge Raad openlijke geweldpleging, aanwezigheid verdachte en niet gewelddadige bijdrage

Uitleg art. 141 Sr, openlijke geweldpleging. Blijkens de wetsgeschiedenis, zoals weergegeven in HR LJN AL6209, is van het “in vereniging” plegen van geweld sprake indien de betrokkene een voldoende significante of wezenlijke bijdrage levert aan het geweld, zij het dat deze bijdrage zelf niet van gewelddadige aard behoeft te zijn.

De enkele omstandigheid dat iemand aanwezig is in een groep die openlijk geweld pleegt is dus niet z.m. voldoende om hem te kunnen aanmerken als iemand die “in vereniging” geweld pleegt. ’s Hofs overwegingen moeten aldus worden verstaan dat verdachte een voldoende significante of wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan het geweld. Dat oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting.

Bron: Juridisch Dagblad

Uitleg Hoge Raad openlijke geweldpleging, aanwezigheid verdachte en niet gewelddadige bijdrage

Uitleg art. 141 Sr, openlijke geweldpleging. Blijkens de wetsgeschiedenis, zoals weergegeven in HR LJN AL6209, is van het “in vereniging” plegen van geweld sprake indien de betrokkene een voldoende significante of wezenlijke bijdrage levert aan het geweld, zij het dat deze bijdrage zelf niet van gewelddadige aard behoeft te zijn.

De enkele omstandigheid dat iemand aanwezig is in een groep die openlijk geweld pleegt is dus niet z.m. voldoende om hem te kunnen aanmerken als iemand die “in vereniging” geweld pleegt. ’s Hofs overwegingen moeten aldus worden verstaan dat verdachte een voldoende significante of wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan het geweld. Dat oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting.

Bron: Juridisch Dagblad

Discussie over levenslange gevangenisstraf: vijf vragen en antwoorden

‘Levenslang mag niet’ en ‘levenslang onder vuur’, kopten de kranten de afgelopen dagen naar aanleiding van een uitspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens. Heeft de zwaarste straf die in Nederland kan worden opgelegd inderdaad zijn langste tijd gehad? Mogen rechters die straf zonder einde nog wel opleggen? Vijf vragen over levenslang.

Waardoor is de discussie rond de levenslange gevangenisstraf veroorzaakt?

Drie Britten die tot levenslang zijn veroordeeld, spanden bij het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg een zaak aan tegen het Verenigd Koninkrijk. Het Hof oordeelde dinsdag 9 juli dat de manier waarop hun levenslange straf wordt uitgevoerd, in strijd is met het verbod van een onmenselijke of vernederende bestraffing of behandeling. Dit is neergelegd in artikel 3 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Het Hof vindt dat een levenslange gevangenisstraf alleen verenigbaar is met dat artikel als het nationale recht voorziet in zowel een mogelijkheid tot vrijlating als een mogelijkheid tot ‘review’. 
Het Britse recht kende die mogelijkheid tot tien jaar geleden: na een veroordeling tot levenslang stelde de minister van Justitie vast hoeveel jaar de veroordeelde ten minste moest uitzitten, met het oog op vergelding. Vervolgens werd na 25 jaar automatisch beoordeeld of de strafdoelen nog wel aanwezig waren. Sinds die wettelijke regeling in 2003 is geschrapt, hebben tot levenslang veroordeelden geen uitzicht op eventuele vrijlating en dat is volgens het Hof strijdig met artikel 3 EVRM.

Moeten levenslang gestraften na deze uitspraak worden vrijgelaten?

Het Hof laat zich nadrukkelijk niet uit over vrijlating. Er kunnen allerlei legitieme redenen zijn om de veroordeelde Britten langer vast te houden, staat in het arrest. Wel geldt in het algemeen dat een levenslange veroordeling gepaard moet gaan met de mogelijkheid van eventuele vrijlating en een mogelijkheid om de straf te herzien. De meeste landen die zijn aangesloten bij het EVRM kennen geen levenslange gevangenisstraf, of combineren die met de garantie van een nieuwe beoordeling na een vastgestelde periode van uiterlijk 25 jaar, aldus het Hof.

Wat betekent de uitspraak voor Nederland?

De Nederlandse wet kent zo’n gegarandeerde herziening binnen een vastgestelde termijn niet. Levenslang is in principe levenslang. Wie veroordeeld is, kan wel om gratie vragen. De Hoge Raad heeft enkele jaren geleden geoordeeld dat het opleggen van levenslang niet in strijd is met het EVRM, als er maar een mogelijkheid bestaat om die straf eventueel te verkorten. Gratie verlenen is zo’n mogelijkheid, aldus de Hoge Raad. Op dit moment zitten in Nederland overigens 32 mensen een levenslange gevangenisstraf uit.

Waar is dan discussie over?

Een klacht is dat gratieverzoeken in de praktijk vrijwel nooit worden ingewilligd. Als vast komt te staan dat levenslange gevangenisstraf in de praktijk nooit wordt verkort, kan er volgens de Hoge Raad wel strijd zijn met het Europees verdrag. Dat is echter moeilijk vast te stellen. Sommige juristen menen dat alleen een wetswijziging een einde kan maken aan de in Nederland terugkerende discussie over levenslang. Zij zien in dit nieuwe arrest een duidelijke aanwijzing dat ook Nederland een procedure moet krijgen waarmee de noodzaak tot verdere uitvoering van de straf op een vaststaand moment – bijvoorbeeld na 20 jaar – opnieuw wordt beoordeeld.

Kunnen rechters nu nog wel levenslange gevangenisstraf opleggen?

Daar is geen formele belemmering voor. De wet is niet gewijzigd. De praktijk zal uitwijzen of het arrest van het Europese Hof gevolgen heeft voor de strafoplegging in concrete gevallen.

Zie ook het themadossier levenslang op rechtspraak.nl 

Bron: Rechtspraak.nl

Discussie over levenslange gevangenisstraf: vijf vragen en antwoorden

‘Levenslang mag niet’ en ‘levenslang onder vuur’, kopten de kranten de afgelopen dagen naar aanleiding van een uitspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens. Heeft de zwaarste straf die in Nederland kan worden opgelegd inderdaad zijn langste tijd gehad? Mogen rechters die straf zonder einde nog wel opleggen? Vijf vragen over levenslang.

Waardoor is de discussie rond de levenslange gevangenisstraf veroorzaakt?

Drie Britten die tot levenslang zijn veroordeeld, spanden bij het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg een zaak aan tegen het Verenigd Koninkrijk. Het Hof oordeelde dinsdag 9 juli dat de manier waarop hun levenslange straf wordt uitgevoerd, in strijd is met het verbod van een onmenselijke of vernederende bestraffing of behandeling. Dit is neergelegd in artikel 3 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Het Hof vindt dat een levenslange gevangenisstraf alleen verenigbaar is met dat artikel als het nationale recht voorziet in zowel een mogelijkheid tot vrijlating als een mogelijkheid tot ‘review’. 
Het Britse recht kende die mogelijkheid tot tien jaar geleden: na een veroordeling tot levenslang stelde de minister van Justitie vast hoeveel jaar de veroordeelde ten minste moest uitzitten, met het oog op vergelding. Vervolgens werd na 25 jaar automatisch beoordeeld of de strafdoelen nog wel aanwezig waren. Sinds die wettelijke regeling in 2003 is geschrapt, hebben tot levenslang veroordeelden geen uitzicht op eventuele vrijlating en dat is volgens het Hof strijdig met artikel 3 EVRM.

Moeten levenslang gestraften na deze uitspraak worden vrijgelaten?

Het Hof laat zich nadrukkelijk niet uit over vrijlating. Er kunnen allerlei legitieme redenen zijn om de veroordeelde Britten langer vast te houden, staat in het arrest. Wel geldt in het algemeen dat een levenslange veroordeling gepaard moet gaan met de mogelijkheid van eventuele vrijlating en een mogelijkheid om de straf te herzien. De meeste landen die zijn aangesloten bij het EVRM kennen geen levenslange gevangenisstraf, of combineren die met de garantie van een nieuwe beoordeling na een vastgestelde periode van uiterlijk 25 jaar, aldus het Hof.

Wat betekent de uitspraak voor Nederland?

De Nederlandse wet kent zo’n gegarandeerde herziening binnen een vastgestelde termijn niet. Levenslang is in principe levenslang. Wie veroordeeld is, kan wel om gratie vragen. De Hoge Raad heeft enkele jaren geleden geoordeeld dat het opleggen van levenslang niet in strijd is met het EVRM, als er maar een mogelijkheid bestaat om die straf eventueel te verkorten. Gratie verlenen is zo’n mogelijkheid, aldus de Hoge Raad. Op dit moment zitten in Nederland overigens 32 mensen een levenslange gevangenisstraf uit.

Waar is dan discussie over?

Een klacht is dat gratieverzoeken in de praktijk vrijwel nooit worden ingewilligd. Als vast komt te staan dat levenslange gevangenisstraf in de praktijk nooit wordt verkort, kan er volgens de Hoge Raad wel strijd zijn met het Europees verdrag. Dat is echter moeilijk vast te stellen. Sommige juristen menen dat alleen een wetswijziging een einde kan maken aan de in Nederland terugkerende discussie over levenslang. Zij zien in dit nieuwe arrest een duidelijke aanwijzing dat ook Nederland een procedure moet krijgen waarmee de noodzaak tot verdere uitvoering van de straf op een vaststaand moment – bijvoorbeeld na 20 jaar – opnieuw wordt beoordeeld.

Kunnen rechters nu nog wel levenslange gevangenisstraf opleggen?

Daar is geen formele belemmering voor. De wet is niet gewijzigd. De praktijk zal uitwijzen of het arrest van het Europese Hof gevolgen heeft voor de strafoplegging in concrete gevallen.

Zie ook het themadossier levenslang op rechtspraak.nl 

Bron: Rechtspraak.nl