Meer keuze tussen vast of flexibel pensioen

Mensen krijgen straks meer keuze in de manier waarop zij hun opgebouwde pensioen laten uitkeren. Ze kunnen dan tot aan hun pensioendatum kiezen voor een vast pensioen of een flexibel pensioen. Het gaat om een bepaalde groep die nu verplicht is op de pensioneringsdatum een vast pensioen te kiezen tegen de rente op dat moment.

Het gaat om ongeveer 1 miljoen mensen die een pensioen opbouwen via een premie- of kapitaalovereenkomst. Deze groep groeit de laatste jaren snel. Omdat de rentestand nu historisch laag is, krijgen degenen met zo’n regeling die nu met pensioen gaan, de rest van hun leven ook een lager pensioen.

Staatssecretaris Jetta Klijnsma (Sociale Zaken) wil dat veranderen zodat mensen zelf kunnen kiezen tussen een vast, een variabel pensioen of een combinatie daarvan. Ze diende daarvoor maandag een wetsvoorstel in bij de Tweede Kamer.

Gegarandeerd bedrag

Als mensen kiezen voor een een vast pensioen, kiezen ze voor een vast, gegarandeerd bedrag dat ze ontvangen. Bij een variabel pensioen staat de uitkering niet vast, omdat na de pensioneringsdatum de beleggingen met het opgebouwde kapitaal deels nog doorgaan.

Dat levert wel meer risico op, want de beleggingen kunnen slecht of goed uitpakken. Klijnsma wil daarom ook regelen dat de financiële mee- en tegenvallers in de tijd gespreid kunnen worden en dat de risico’s collectief kunnen worden gedeeld.

Risico’s

Klijnsma wil vooral dat mensen zelf kunnen kiezen. ,,Daarbij moet natuurlijk wel worden voorkomen dat er ongewenste beleggingsrisico’s worden genomen waardoor de pensioenvoorziening in gevaar kan komen.”

Ze hoopt dat de wet 1 juli 2016 ingaat.

Bron: Elsevier

Pensioenpremies met 5% omhoog

De Nederlandsche Bank (DNB) heeft de rekenrente, waarmee pensioenfondsen hun toekomstige verplichtingen berekenen, verlaagd. Dit leidt gemiddeld tot circa 5% hogere premies, aldus de toezichthouder. Of werknemers de premie daadwerkelijk zullen zien stijgen volgend jaar, zal per fonds verschillen. Veel fondsen vragen nu al een hogere premie dan strikt noodzakelijk is volgens DNB en hoeven daardoor wellicht de premie niet te verhogen.

Geen kortingen

Ook leidt de lagere rekenrente tot een daling van de dekkingsgraden, die weergeven in hoeverre een fonds de pensioenen kan betalen. Gemiddeld gaat het volgens DNB om een daling van de dekkingsgraad van 3 procentpunt. Maar bij pensioenfondsen met veel jonge deelnemers zal dit hoger liggen — op zo’n 6 procentpunt —, omdat hun verplichtingen verder in de toekomst liggen en de verlaging van de rekenrente daardoor meer effect heeft.

Bij fondsen met veel ouderen zal het juist om een iets kleinere daling gaan, zo’n 2 procentpunt. Volgens DNB zullen ongeveer tien pensioenfondsen door deze aanpassing alsnog in onderdekking raken en daarom een herstelplan moeten indienen. De maatregel zal naar verwachting niet tot kortingen leiden, aldus DNB.

Maandelijks berekend

De rekenrente gaat omlaag, omdat DNB de zogeheten ‘ultimate forward rate’ (ufr) heeft aangepast. Dat is een kunstmatige rente voor de langere termijn, oftewel na 20 jaar. Deze is een paar jaar geleden door DNB ingevoerd, omdat de rentes voor de langere termijn niet direct uit de markt zijn af te leiden door het gebrek aan handel in renteswaps op die termijn.

De ufr was gelijk aan die verzekeraars en lag op een vast percentage van 4,2%. Dat wil dus zeggen dat de rente vanaf een termijn van twintig jaar over meerdere jaren richting de 4,2% boog. Voortaan zal de ufr maandelijks berekend worden op basis van langetermijnvoorspellingen uit de markt van de voorgaande 120 maanden. Ultimo juni kwam de ufr met de nieuwe methode uit op 3,3%. De verwachting is dat deze de komende maanden zal dalen.

‘Gevaar van rijk rekenen’

Volgens Frank Elderson, bestuurder bij DNB, was deze aanpassing nodig omdat de rekenrente met de ufr van 4,2% te hoog was. ‘Het gevaar is dat fondsen zich dan rijk rekenen, waardoor te veel geld wordt uitgegeven en te weinig geld binnenkomt. De nieuwe rekenrente is evenwichtiger, bestendiger en eerlijker voor alle groepen.’ Hij doelt op het evenwicht tussen jong en oud. Als fondsen zich te rijk rekenen ontstaat voor jongeren namelijk het gevaar dat voor hen onvoldoende geld in de pot overblijft.

De pensioenfondsen zullen niet blij zijn met deze nieuwe rekenrente. Zij zien dan immers hun financiële situatie verslechteren en kunnen daardoor nog langer de pensioenen niet aanpassen aan de koopkracht.

Elderson zegt ‘heel goed te begrijpen’ dat dit voor fondsen lastig is. ‘Maar ik ben ervan overtuigd dat iedere bestuurder zal begrijpen dat je niet tot in lengte van dagen kunt rekenen met een kunstmatig hogere rekenrente.’

Pensioenfederatie ‘zwaar teleurgesteld’

De Pensioenfederatie, de koepel van pensioenfondsen, stelt in reactie ‘zwaar teleurgesteld’ te zijn over deze DNB-maatregel op de rekenrente. ‘Dit is een slechte maatregel. Werknemers en gepensioneerden worden zo onnodig de dupe’, aldus Gerard Riemen, directeur van de Pensioenfederatie.

Hij wijst erop dat de rente nu extreem laag is door het opkoopprogramma van de Europese Centrale Bank. ‘Met de nieuwe ufr-methodiek worden de pensioenen nog harder meegesleurd met de effecten van deze kwantitatieve verruiming, omdat de rentegevoeligheid toeneemt. Zo krijgen de Nederlandse pensioenfondsen harder dan wie dan ook in Europa de rekening van de stimuleringsmaatregelen voor hun kiezen.’

Op het argument van DNB dat de rekenrente nu evenwichtiger wordt voor jong en oud, kaatst Riemen terug dat de methode juist onevenwichtiger wordt voor jongeren. ‘Ook met de ufr van 4,2% wordt er niet geïndexeerd, dus er wordt helemaal geen geld uitgegeven aan gepensioneerden. Maar de premies gaan straks wel fors omhoog. Terwijl van kortingen geen sprake is. Dus jongeren worden juist hard geraakt.’

PvdA: ‘Veel vragen’

PvdA-Kamerlid Roos Vermeij vindt dat dit DNB-besluit veel vragen oproept. ‘Het is in de tegengestelde richting van wat we met z’n allen juist willen, namelijk minder premiedruk’, aldus Vermeij. Voor de werknemers en gepensioneerden vindt ze de maatregel ‘buitengewoon pijnlijk’ en ‘beroerd getimed’. De regering zal daarom aan de Kamer moeten uitleggen waarom deze forse klap naar beneden nodig was, stelt Vermeij. ‘En het is dan niet genoeg om te zeggen: DNB is bevoegd om dit te doen. Ik wil meer uitleg.’

Ook vindt Vermeij het wonderlijk dat hierover helemaal geen overleg is geweest met de Kamer. ‘Terwijl wij er juist voor hebben gezorgd dat de aanpassing van de rekenrente per januari 2015 is uitgesteld, omdat er toen nog geen duidelijkheid was over de Europese rekenrente voor verzekeraars.’ De Kamer wilde destijds onder meer niet dat pensioenfondsen een strenger regime zouden krijgen dan verzekeraars.

FNV: ‘Aanpassing onverstandig’

Vakbond FNV vindt de aanpassing van DNB ‘onverstandig’. ‘Hierdoor wordt de kans op het aanpassen van de pensioenen aan de lonen en de prijzen nóg kleiner. In combinatie met de huidige lage rente is dat zeer schadelijk voor de pensioenen van jong en oud’, aldus de vakbond.

Volgens FNV-bestuurder Gijs van Dijk zullen gepensioneerden en werknemers de gevolgen meteen in hun portemonnee voelen. ‘Ze krijgen minder indexatie en moeten meer premie betalen, beiden zijn slecht voor de koopkracht’, aldus Van Dijk. De bestuurder wijst erop dat de pensioenen zich nu al in onrustig vaarwater bevinden. ‘Ik snap dan ook niet waarom er nu op deze manier door de DNB wordt ingegrepen.’

Ouderenorganisatie Anbo vindt dat DNB een slecht gevoel van timing heeft met de invoering van de nieuwe ufr, omdat de indexatie nu nog verder weg komt te liggen en de pensioenpremies omhoog gaan. ‘Dat betekent dat gepensioneerden wel dag kunnen zeggen tegen indexatie en dat terwijl het pensioen de laatste jaren als 14% minder waard geworden is’, zegt Anbo-directeur Liane den Haan.

Reactie grote fondsen

Metaalfonds PMT verwacht dat de dekkingsgraad door deze maatregel zal dalen van 103,5% naar 100,2%, met als direct gevolg dat indexatie van de pensioenen langer op zich zal laten wachten. Volgens Guus Wouters, directeur van PMT, komt dit hard aan bij de deelnemers van PMT. ‘Zij zijn al geconfronteerd met kortingen op hun pensioen en hun pensioenen zijn al sinds 2009 niet meer geïndexeerd. Dat indexatie met dit besluit nu nog verder weg komt te liggen is een boodschap die erg pijnlijk is.’

Het fonds voor de metalektro (PME) heeft doorgerekend dat het met de nieuwe ufr een jaar langer zal duren voordat het fonds weer kan indexeren. ‘Een verlaging van de pensioenen is niet aan de orde, maar de kans daarop neemt wel toe. Al met al wordt het er niet beter op in deze toch al onzekere tijden: de kwetsbaarheid van het fonds neemt toe’, zegt Eric Uijen, bestuurder bij PME.

De dekkingsgraad van PME zal zo’n 2,4% dalen door de nieuwe ufr. Daardoor zal het fonds net onder de 100% zakken, aldus PME.

Ambtenaren en zorg

Zorgfonds PFZW, het op één na grootste pensioenfonds van Nederland, heeft doorgerekend dat de dekkingsgraad met 3 procentpunt zal dalen door de nieuwe rekenrente. ‘Bij gelijkblijvende rentes kan dat percentage zelfs nog wat verder oplopen’, aldus de woordvoerder van PFZW. Wat het effect op de premie van de werknemers in de zorg zal zijn kan het fonds nog niet zeggen. Het fonds onthoudt zich verder van commentaar op de maatregel.

Bij ambtenarenpensioenfonds ABP, het grootste fonds van Nederland, daalt de dekkingsgraad als gevolg van de nieuwe ufr met 1,9%-punt, zo meldde het fonds dinsdagmiddag. ‘Voor de deelnemers van ABP heeft een lagere dekkingsgraad tot gevolg dat indexatie verder uit beeld raakt’, aldus de woordvoerder. ABP laat zich verder niet uit over het besluit van DNB.

 

 

Bron: fd.nl

Nieuwe pensioenregels aangenomen

Per 1 januari 2015 is de Wet aanpassing financieel toetsingskader (FTK) ingegaan. De Eerste Kamer heeft hiermee met een ruime meerderheid ingestemd. Hiermee komt er een eind aan een jarenlange discussie over de wet.

Staatssecretaris Jetta Klijnsma, die het wetsvoorstel instuurde, is blij met deze steun. “Het is goed dat er nu duidelijkheid is. De pensioenfondsen kunnen nu snel aan de slag met de verbeterde regels.” Wel geeft ze aan dat pensioenfondsen nog tot begin 2015 met de huidige rekenrente mogen blijven rekenen, totdat duidelijk wordt welke rekenrente Brussel zal handhaven voor verzekeraars. Ook zal Klijnsma het nieuwe financieel toetsingskader over drie jaar evalueren en de beide Kamers op de hoogte houden van toekomstige wijzigingen.

Het FTK is een onderdeel van de Pensioenwet waarin de wettelijke eisen aan pensioenfondsen zijn vastgelegd. De belangrijkste veranderingen die vanaf 2015 worden doorgevoerd zijn:

  • Het verspreiden van financiële mee- en tegenvallers over de tijd. Dit zorgt voor meer stabiliteit in de pensioenuitkering van mensen.
  • Er komen duidelijke, eerlijke en evenwichtige regels voor de indexatie van pensioenen, voor jong en oud.
  • Er komt een stabiele premie.
  • De pensioenfondsen zullen hun financiële opzet vóór 1 januari, de ingangsdatum van deze wet, moeten aanpassen aan het nieuwe FTK.

In tegenstelling tot Klijnsma is FNV niet blij met de wetswijziging. De nieuwe regels zullen volgens de vakbond niet zorgen voor rust bij mensen over hun pensioenen. Ook zal de koopkracht van miljoenen Nederlanders verkleinen. FNV-pensioenbestuurder Gijs van Dijk: “Na vier jaar maatschappelijk debat is dit een magere uitkomst en ontbreekt er een goed toekomstperspectief. Hierdoor zullen de meeste pensioenen de komende jaren niet meestijgen met de prijzen of de lonen. Dat raakt direct de koopkracht van vele Nederlanders.”

Vandena van der Meer, senior adviseur bij Montae, geeft aan dat het voor werkgevers belangrijk is om goed na te gaan wat dit voor gevolgen heeft voor de pensioenen van medewerkers en om veranderingen in arbeidsvoorwaarden tijdig duidelijk te maken. Van der Meer: “Dit geldt overigens alleen voor bedrijven die zijn aangesloten bij een pensioenfonds. De nieuwe regels gelden niet voor bedrijven die zijn aangesloten bij een verzekeraar.”

Bron: PenO actueel

Pensioenregels raken nabestaanden

Nabestaanden van werknemers in loondienst die na 1 januari 2015 overlijden, dreigen in sommige gevallen duizenden euro’s minder partnerpensioen te krijgen. Dat komt door de versobering van het pensioenstelsel en het uitblijven van wetgeving om de gevolgen van die versobering voor nabestaanden op te vangen. Daarvoor waarschuwt verzekeraar Aegon.

Duizenden euro’s

Met ingang van volgend jaar daalt het pensioen dat werknemers belastingvrij mogen opbouwen met 12 procent per jaar. Wat een werknemer uiteindelijk aan pensioen voor de oudedagsvoorziening opbouwt, is ook bepalend voor de nabestaandenuitkering. Niet alleen de ouderdomsvoorziening valt daarom lager uit, maar ook die voor nabestaanden.

Vooral nabestaanden van jongere werknemers worden hard getroffen, doordat jonge werknemers nog een lange pensioenopbouw voor de boeg hebben. Voor jonge gezinnen kan het gaan om duizenden euro’s per jaar, zegt Aegon.

Versobering

Wetgeving om dit te repareren, is niet op tijd klaar. Aegon pleit er daarom voor de versobering in het nabestaandenpensioen met een jaar uit te stellen. “Dat geeft betrokken werkgevers en werknemers de gelegenheid om het nabestaandenpensioen fatsoenlijk te regelen”, aldus de verzekeraar.

Bron: Elsevier Fiscaal

Einde pensioen in eigen beheer?

Het pensioen in eigen beheer (de pensioenvoorziening van de directeur-grootaandeelhouder [DGA] bij zijn eigen BV) komt steeds vaker in de publiciteit en zeker niet positief. Feit is dat de fiscale aftrekpost ten koste gaat van de schatkist en dat is de staatssecretaris een doorn in het oog. Met allerlei motieven probeert hij de geesten rijp te maken om een einde te maken aan het DGA-pensioen.

Eind vorig jaar heeft de staatssecretaris al een brief aan de Tweede Kamer geschreven en daarin de problemen opgesomd en een drietal oplossingen aangegeven. Recent heeft hij een vervolg op die brief gegeven. Daaruit bleek dat er nogal veel tegenstand bestaat tegen de door hem beschreven meest eenvoudige oplossing: de pensioenreserve. De staatssecretaris geeft nu ook aan het meest te voelen voor die oplossing, maar zal ook nog verder studeren op andere mogelijkheden.

Wat is het probleem? In bijzonder het verschil tussen de lage fiscale en de veel hogere commerciële waardering van de pensioenaanspraken van de DGA. Commercieel heeft een BV daarom minder eigen vermogen dan fiscaal en dat heeft grote gevolgen als men bijvoorbeeld dividend wil uitkeren.

Ook als de DGA gaat scheiden, kan het grote verschil tussen de waarderingen vaak tot problemen leiden. De staatssecretaris geeft in zijn brieven aan dat het grote verschil kan worden weggenomen door voortaan ook fiscaal uit te gaan van de commerciële waardering, maar hij wuift die oplossing meteen weer weg als zijnde te duur voor de schatkist. Bovendien is er dan nog steeds geen ruimte om dividend uit te keren met als gevolg geen dividendbelasting voor de schatkist. Ook de andere mogelijkheid om de pensioenaanspraken zodanig te verminderen (afstempelen) dat de fiscale en commerciële waarderingen gelijk komen te liggen, vindt geen genade bij de staatssecretaris. Hij lijkt vanaf de eerste brief al te neigen naar de variant van de pensioenreserve. Deze reserve zou volgens de staatssecretaris minder gecompliceerd en veel inzichtelijker zijn. Bovendien blijven de geldmiddelen binnen de BV voor het drijven van de onderneming beschikbaar en maakt de reserve geen onderdeel meer uit van de arbeidsovereenkomst van de DGA. De uitkeringen en een mogelijke vrijval vallen dan voortaan ook niet meer in de sfeer van de loonheffing.

Omdat het heel goed mogelijk is dat de staatssecretaris deze variant zal doordrukken volgen onderstaand enkele gedachten hoe de pensioenreserve zou kunnen uitpakken:

– het zal gaan lijken op de fiscale oudedagsreserve, zoals we die kennen bij de ondernemers in de inkomstenbelasting;

– de DGA kan dan kiezen om het pensioen af te storten (in banksparen of bij een verzekeraar) of om een bepaald percentage ten laste van de winst te brengen en dat bedrag op de balans te boeken in een reserve;

– de reserve op de balans wordt niet opgerent en kan alleen toenemen door nieuwe reserveringen uit de winst en afnemen door stortingen in banksparen of bij een verzekeraar;

– de pensioenreserve valt vrij in de te belasten winst van de BV:

– bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd; of

– op het moment waarop door de DGA gestopt wordt met werken; of

– bij overlijden van de DGA; of

– op het moment dat er in de vennootschap geen materiële onderneming meer wordt gedreven.
Tenzij en voor zover op het moment van de vrijval een lijfrente voor een oudedagsvoorziening van de DGA en/of zijn nabestaanden bij een bank of verzekeraar wordt gekocht.

Een ander kenmerk van de pensioenreserve zal zijn dat de reserve alleen kan worden gevormd door de BV (of de fiscale eenheid) waarin de materiële onderneming wordt gedreven.

Bij een vrijval in de winst wordt veelal naast de vennootschapsbelasting ook nog eens 20% revisierente in rekening gebracht over het bedrag van de vrijval.

Hoe het precies in zijn werk zal gaan, is nog niet duidelijk, maar het is zeker dat de huidige pensioenen in eigen beheer kunnen (of moeten?) worden omgezet naar de pensioenreserve. In zijn tweede brief benadrukt de staatssecretaris dat hij overgangsrecht zal treffen om er voor te zorgen dat bestaande pensioenrechten zo soepel mogelijk kunnen worden omgezet. Zodra het zover is, zal fiscaal maatwerk noodzakelijk zijn, tenzij men geen keuze krijgt.

Bron: Actuele artikelen

Nieuwe pensioenregels treffen hogere inkomens

Werknemers met een salaris boven een ton stevenen af op lagere pensioenen door de nieuwe fiscale regels van het kabinet. Daarvoor waarschuwen pensioenadviseurs in het Financieele Dagblad.

Om dit gat te compenseren kan er gebruik gemaakt worden van de netto pensioenspaarregeling. Maar dit zal de hoge inkomens maar deels ontzien. ‘Als de netto pensioenregeling wordt zoals de staatssecretarissen van Financiën en Sociale Zaken tot dusver aangeven, zullen de hoge inkomens niet voldoende kunnen bijsparen’, stelt Jeroen Koopmans, adviseur bij LCP.

Verlagen fiscale ruimte
Per 2015 verlaagt het kabinet de fiscale ruimte om pensioen op te bouwen. Werknemers kunnen dan nog maar maximaal 1,875% van hun salaris belastingvrij sparen, tegenover 2,15% nu. Tevens wordt het fiscaal gunstig pensioensparen afgetopt op € 100.000. Dat houdt in dat werknemers met hogere inkomens straks boven een ton van hun salaris de pensioenpremies niet meer kunnen aftrekken.

Tegemoetkoming onvoldoende
Om de hoge inkomens tegemoet te komen, ontwikkelt het kabinet een regeling om toch nog pensioen op te bouwen boven een ton. Dit gebeurt dan wel vanuit het netto-loon en niet langer uit het brutoloon, maar het potje is vrijgesteld van de vermogensheffing in box 3. De regeling zal vrijwillig zijn.

Het kabinet werkt op dit moment deze nettoregeling uit. Pensioenadviseurs twijfelen echter of dit voldoende zal zijn om op eenzelfde pensioen als nu uit te komen. Het kabinet heeft tot nu toe namelijk gecommuniceerd dat het als maat voor de premie-inleg een rekenrente van 4% wil. In de praktijk is de rente nu echter een stuk lager. Door deze 4% kan minder premie worden ingelegd dan bij de huidige midden- en eindloonregelingen van pensioenfondsen. ‘Met een staffel van 4% komt je nu niet verder dan 45% tot 55% van het laatst verdiende loon, terwijl het de bedoeling was dat 70% werd gehaald’, zegt Tim Burggraaf van pensioenadviesbureau Mercer.

Het ministerie van Financiën stelt in een reactie dat het eind augustus zal ingaan op de fiscale begrenzing van de netto lijfrente, als de regeling naar de Kamer gaat.

Bron: PenO Actueel

Regeling inkomensondersteuning AOW vervangt MKOB

Ouderen krijgen vanaf 1 januari 2015 een inkomensondersteuning boven op hun AOW die afhankelijk is van het aantal jaren dat men in Nederland heeft gewoond. De inkomensondersteuning wordt daarmee gekoppeld aan de in Nederland opgebouwde AOW. Hiervoor wordt de nu bestaande MKOB-regeling vervangen door een nieuwe regeling. Mensen met een volledige AOW-opbouw gaan er door deze nieuwe regeling niet op voor- of achteruit (dat geldt voor circa 90% van de ouderen).

Dit heeft staatssecretaris Klijnsma van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, mede namens minister Asscher, de Tweede Kamer vandaag laten weten. De maatregel vloeit deels voort uit het niet uitvoeren van de huishoudentoeslag. De dekking van het niet doorgaan van de huishoudentoeslag wordt in de Miljoenennota meegenomen. Vooruitlopend hierop worden twee maatregelen genomen.

Inkomensondersteuning AOW

Er komt een nieuwe inkomensondersteuning voor AOW-gerechtigden. Deze wordt gekoppeld aan de opbouw van de AOW. De nieuwe regeling is mede ingegeven door het feit dat het niet meer vanzelfsprekend is dat mensen die naar Nederland komen, om hier te werken, zich hier ook blijvend vestigen. En ook mensen die in Nederland geboren zijn blijven hier niet altijd wonen. In de periode dat men in Nederland woont, bouwt men AOW op. In de jaren dat mensen niet in Nederland wonen bouwen zij vaak elders pensioen op. Extra inkomensondersteuning vanuit Nederland kan zich daarom beperken tot de naar rato in Nederland opgebouwde AOW.

MKOB

Nu krijgen ouderen nog extra inkomensondersteuning via de zogenoemde MKOB (Wet Mogelijkheid Koopkrachttegemoetkoming Oudere Belastingplichtigen). Deze koopkrachttegemoetkoming wordt, zoals eerder reeds aangekondigd, per 1 januari 2015 afgeschaft, net zoals het geval zou zijn als de huishoudentoeslag per 1 januari zou zijn ingevoerd. De MKOB had als doel oudere belastingplichtigen te compenseren voor koopkrachtverlies door beleidsmaatregelen in de fiscale sfeer.

Hoogte AIO-uitkering (bijstand ouderen)

De hoogte van de bijstand voor ouderen (aio) wordt voortaan op een zelfde manier vastgesteld als de overige minimumuitkeringen. Deze harmonisatie van de systematiek levert ouderen met een aanvulling vanuit de AIO een financieel voordeel op van circa 300 Euro per jaar. Dit geldt voor zowel alleenstaanden als paren.

Partnertoeslag

Het voornemen om de partnertoeslag in de AOW voor hogere inkomens te beëindigen, gaat niet door. Het wetsvoorstel dat dit zou regelen en dat in de Eerste Kamer lag, wordt ingetrokken.

De nieuwe regeling inkomensondersteuning AOW treedt op 1 januari 2015 in werking. Per ministeriële regeling, die rond 1 juli wordt gepubliceerd, wordt een tijdelijke regeling inkomensondersteuning AOW geregeld. Later dit jaar volgt het wetsvoorstel.

Bron: Elsevier Fiscaal

Eerste Kamer stemt in met fiscale hervorming pensioenopbouw

De parlementaire behandeling van de fiscale hervorming van de pensioenen is afgerond. Dinsdag 27 mei ging de Eerste Kamer in meerderheid akkoord met de plannen van de staatssecretarissen Eric Wiebes (Financiën) en Jetta Klijnsma (Sociale Zaken en Werkgelegenheid). Eerder stemde ook de Tweede Kamer al in met de afspraken over de fiscale behandeling van pensioenen, waarover het kabinet eind 2013 een akkoord bereikte met de Tweede Kamerfracties van VVD, PvdA, D66, ChristenUnie en SGP.

De veranderingen bij de pensioenopbouw, waaronder verlaging van het opbouwpercentage, treden op 1 januari 2015 in werking. De wetswijziging hangt samen met de gestegen levensverwachting en de stapsgewijze verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd. Als gevolg van de aanpassingen zullen pensioenpremies dalen, wat voor werknemers resulteert in een hoger netto loon. Dit geeft een bestedingsimpuls aan de economie. Bovendien leiden de aanpassingen tot een besparing op de Rijksbegroting die oploopt tot circa € 2,8 miljard in 2017 (structureel circa € 1,2 miljard). Daarmee is het één van de grote hervormingen uit het regeerakkoord van het kabinet Rutte-Asscher.

Gunstig voor economie en schatkist

Staatssecretaris Wiebes typeert de fiscale hervorming van de pensioenen als een ‘besparing met een positieve bestedingsimpuls’. “Mensen leven langer, hebben dus meer jaren om pensioen op te bouwen, en dan is het logisch om de pensioenopbouw over een langere periode tegen een lager percentage te organiseren. Zeker als een dergelijke wijziging niet alleen gunstig is voor de schatkist, maar ook bijdraagt aan het herstel van de economie. Een lagere pensioenpremie betekent namelijk dat mensen meer overhouden en dat leidt tot meer consumptie, een hoger bruto binnenlands product en uiteindelijk ook lagere werkloosheid”, aldus Wiebes.

Waarborgen

Ook staatssecretaris Klijnsma is verheugd dat de Eerste Kamer nu akkoord is met de fiscale hervorming van de pensioenen: “Er ligt nu een mooi en evenwichtig pakket, voor alle generaties, waarmee we zekerstellen dat mensen een goed pensioen kunnen opbouwen. En dankzij de extra waarborgen die in dit wetsvoorstel verankerd zijn regelen we niet alleen dat de pensioenpremies die mensen moeten betalen omlaag kunnen, wat weer gunstig is voor hun koopkracht, maar zorgen we er ook voor dat deelnemers en gepensioneerden meer inzicht krijgen in de kosten die de fondsen maken.”

Opbouwpercentage naar 1,875%

Met ingang van 2015 geldt een opbouwpercentage van 1,875% (voor pensioen op basis van middelloon). Hiermee kan in 40 jaar werken een pensioen worden opgebouwd van 75% van het gemiddelde inkomen. Diverse ingebouwde waarborgen zorgen ervoor dat de lagere pensioenopbouw doorwerkt in een daling van de pensioenpremie. Daarnaast blijft de aftopping van het pensioengevend inkomen ongewijzigd; op € 100.000 (in 2015). Voor mensen met inkomens die daarboven liggen, wordt het mogelijk om op vrijwillige basis fiscaal vriendelijk bij te sparen uit het nettoloon.

Bron: Ministerie van Financiën

Hoger premiedeel ZW-flex bij einde eigenrisicodragerschap middel-grote werkgevers

Bent u een middelgrote of grote werkgever en wilt u uw eigenrisicodragerschap voor de ZW beëindigen? Dan moet u per 1 januari 2015 rekening houden met een hoger premiedeel ZW-flex.

ZW-flex

Het premiedeel ZW-flex zal in de 2 kalenderjaren na het einde van uw eigenrisicodragerschap de helft zijn van de sectorale premie ZW-flex die geldt voor uw sector. Als UWV een hogere individuele premie kan vaststellen op basis van een eerdere periode waarin u geen eigenrisicodrager bent geweest, dan geldt deze hogere individuele premie.

De hogere premie geldt voor alle (middel)grote werkgevers die na 20 maart 2014 een verzoek indienen om het eigenrisicodragerschap te beëindigen. Op deze datum is de Tweede Kamer namelijk geïnformeerd over de voorbereiding van dit besluit.

De Belastingdienst zal hieromtrent nadere informatie geven wanneer het besluit definitief is.

Bron: Elsevier Fiscaal

Korting AOW door samenwonen

Mijn moeder en ik wonen al ons hele leven samen. Beiden hebben we alleen AOW. Klopt het dat wij volgend jaar gekort worden op onze AOW omdat wij dan als samenwonend worden gezien?

Ja, als alle wetgeving door de Eerste Kamer wordt aangenomen dan zal naar verwachting vanaf 1 juli 2015 het inkomen van u beiden met bruto € 330 dalen. Er is sprake van twee nieuwe begrippen waar u mee te maken hebt.

De eerste is de kostendelersnorm, deze bepaald dat wanneer er twee of meer inkomens in een huishouden zijn de uitkering(en) omlaag kunnen omdat de kosten van het huishouden samen goedkoper is dan alleen.

Deze kostendelersnorm wordt veel aangehaald als strafkorting bij het verlenen van mantelzorg als iemand met werk of een uitkering in huis komt wonen bij een AOW-gerechtigde.

Partnerbegrip

De andere is het partnerbegrip, deze bepaalt dat wanneer er twee mensen op een adres staan ingeschreven bij de gemeente er sprake is van samenwonen. Bovendien is bij het nieuwe partnerbegrip de eerste graad (moeder-kind) niet meer uitgesloten. Voor u betekent dit dat u vanaf 1 juli 2015 waarschijnlijk samenwoners bent en dat u beiden alleen nog in aanmerking komt voor een gehuwden AOW in plaats van de alleenstaande AOW die u nu ontvangt. Als alles door gaat, dan gaat u er samen € 630 bruto op achteruit, ruim 30 procent van uw huidige inkomen. Zorg dat u tijdig een verhoging van uw huurtoeslag en zorgtoeslag aanvraagt om de pijn nog enigszins te verzachten.

Bron: Geld en Recht