Inzagerecht schuldeisers in de administratie van failliet?

Wie kent het niet? De debiteur die maar excuses blijft verzinnen om niet te betalen en tegen de tijd dat je het als schuldeiser echt zat bent, gaat de debiteur failliet. De kans op enige betaling daalt daarmee naar minder dan 5%. Dat maakt de meeste crediteuren boos en teleurgesteld en sommige van hen zinnen dan ook op nadere stappen tegen de bestuurders van hun debiteur, bijvoorbeeld in de vorm van een persoonlijke aansprakelijkheid. Dit vereist dat sprake is van een onrechtmatige daad van de bestuurder van de failliet tegenover haar schuldeiser. Dat is bijvoorbeeld het geval als de bestuurder van de failliet de financiële verplichting aanging terwijl hij al wist dat de vennootschap deze niet zou kunnen nakomen. Probleem daarbij is dat de boze schuldeiser die wetenschap zal moet bewijzen voor een rechter.

Hoe doe je dat zonder informatie? Een crediteur probeerde dit door de curator te vragen om inzage te geven in de (financiële) administratie om te beoordelen of het mogelijk was een vordering in te stellen tot aansprakelijkstelling van de (feitelijk) bestuurders van de failliete vennootschap. Het verzoek werd door de curator afgewezen omdat hij meende dat de crediteur hiervoor geen rechtstreeks en voldoende belang heeft. Er is weliswaar een wettelijke regeling die inzage mogelijk maakt maar die ziet niet op deze situatie, aldus de curator. Uiteindelijk heeft de Hoge Raad hierop in april 2016 moeten beslissen en hij oordeelde dat de curator gelijk heeft. De inzagemogelijkheid die een schuldeiser heeft in de financiële administratie van een failliet is beperkt tot de vaststelling van de hoogte, aard of inhoud van zijn vordering. Indien echter inzage wordt verlangd met het oog op een mogelijk door hem in te stellen vordering tegen een derde, zoals de voormalige beleidsbepaler van een failliete vennootschap, is geen sprake van een rechtstreeks en voldoende belang als bedoeld in de wet.

Gelukkig voor de crediteur geeft de Hoge Raad nog wel een tip hoe het wél kan. De schuldeiser kan een verzoekschrift indienen bij de rechtbank waarin hij inzage, afschrift of uittreksel uit de “bescheiden” van de failliet vordert. Onder “bescheiden” vallen zowel fysieke als digitale gegevensdragers zoals – bijvoorbeeld – brieven, e-mails, foto’s, en digitale bestanden. Van rechtmatig belang is sprake, wanneer de verzoeker een toereikend belang bij inzage heeft met het oog op door hem te leveren bewijs. Wanneer een verzoek voldoende bepaald is, valt niet in zijn algemeenheid te zeggen. Een gewichtige reden is aan de orde, wanneer het belang bij geheimhouding in de concrete omstandigheden zwaarder weegt dan het zwaarwegend maatschappelijke belang bij waarheidsvinding. Deze toets is uiteindelijk aan de rechter.

Kortom, een automatisch inzagerecht voor schuldeisers in de administratie van hun failliete wederpartij bestaat niet, mogelijk is het onder omstandigheden wel.

Bron: Actuele artikelen